Hoofdstuk 196
Door Kees Schilder
Het Zelf zonder plaats
Er wordt vaak gezegd dat het Zelf geen locatie heeft. In de eerste aanblik klinkt dit vreemd: alles wat we kennen lijkt immers ergens te “zijn” — in een lichaam, in een gedachte, in een herinnering. We zoeken het Zelf in het hart, in de hersenen, in het innerlijk oog. Maar telkens wanneer we proberen het te vangen, verschuift het, glipt het weg en blijkt het groter te zijn dan elke coördinaat die we eraan proberen te geven.
De tekst wijst ons naar een subtiele ervaring: kijk waar er geen verschil is tussen het bekende en het onbekende. Dit betekent dat het Zelf niet woont in wat we al begrijpen, noch in dat wat ons vreemd voorkomt. Het ligt in de stilte daarachter, in het punt waar die twee categorieën elkaar opheffen. In dat veld verdwijnt het onderscheid tussen “wat ik al weet” en “wat ik nog niet weet” — en wat overblijft is de open ruimte van puur bewustzijn.
Zo ook met het onderscheid tussen Zelf en ander. Zolang er een grens is — dit ben ik, dat ben jij — blijft er spanning, een gevoel van afgescheidenheid. Maar wanneer we werkelijk kijken, ontdekken we dat die grens door de geest is getekend, niet door de werkelijkheid. Het ademen van de ander is hetzelfde ritme dat ons eigen leven draagt. Het licht dat jouw ogen verlicht, verlicht ook de wereld die ik zie. Het Zelf verschijnt juist wanneer het verschil tussen “ik” en “jij” vervaagt in een gezamenlijke aanwezigheid.
Daar, waar verschillen zijn opgehouden te bestaan, wordt duidelijk dat het Zelf geen plaats nodig heeft. Het is geen ding dat ergens is. Het is eerder de ruimte waarin alle dingen verschijnen. Het is als de leegte van een spiegel: de spiegel bevindt zich niet in de afbeeldingen, en toch verschijnen de afbeeldingen alleen dankzij de spiegel. Het Zelf is niet te vinden in een hoek van het universum, maar in de grenzeloosheid waardoor universum en waarnemer kunnen verschijnen.
Wanneer je dit begrijpt, wordt het zoeken zelf lichter. Want het Zelf is niet een bestemming, maar een herkenning. Het wordt niet gevonden in de tijd, maar in het loslaten van tijd en plaats. Het is dat stille weten dat er altijd al is geweest, vóór elke gedachte, vóór elk onderscheid.
En precies daar, waar niets meer gescheiden is, ontvouwt zich de eenheid die nooit verloren ging. Het Zelf zonder locatie blijkt de thuisbasis te zijn van alles.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten