HOOFDSTUK 221
Door Kees Schilder
Ik ben
Iedereen wil heersen.
Niet uit kwaadwilligheid,
maar uit angst om te verdwijnen.
Het ego fluistert: word groter, word sterker, neem ruimte in ,
en zo reikt het zijn handen uit,
naar geliefden, naar kinderen, naar vrienden,
niet om vast te houden, maar om te kneden.
En wanneer twee ego’s elkaar ontmoeten,
ontstaat geen dialoog maar een botsing.
Niet omdat de ander fout is,
maar omdat niemand luistert.
De strijd wordt geboren in onbegrip,
gevoed door de overtuiging
dat vrede iets is wat gewonnen moet worden.
Maar er komt een moment ,
stil, nauwelijks merkbaar ,
waarop het zien begint.
Je herkent het spel.
Je ziet hoe ieder probeert te domineren,
zoals golven proberen het strand te bezitten.
En ineens hoef je niet meer mee te doen.
Je laat het los.
Niet uit opgave,
maar uit helderheid.
Je begrijpt:
ik kan de ander niet bevrijden,
ik kan alleen ophouden mezelf gevangen te houden.
Hun strijd is hun leraar.
Waarom zou ik hun les dragen als mijn last?
Wanneer jij niet langer wilt overheersen,
vindt de strijd geen bedding meer.
Wat geen tegenstand ontmoet,
verliest zijn kracht.
Wat niet wordt gevoed,
valt stil.
En in die stilte gebeurt iets zachts.
De ruimte die vrijkomt,
wordt gevuld met aanwezigheid.
Met adem.
Met een liefde die niets eist.
Dan ontdek je:
vrijheid is geen overwinning,
maar een terugkeer.
Een thuiskomen in dat stille midden
waar niets hoeft te veranderen
om heel te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten