HOOFDSTUK 233
Door Kees Schilder
Ik ben
De wereld spreekt onophoudelijk.
Schermen lichten op als kleine zonnen in onze handen, meldingen tikken aan het bewustzijn, gedachten jagen elkaar op zonder rustpunt. In dit digitale tijdperk is stilte geen vanzelfsprekendheid meer, maar een vergeten taal. Toch is het juist nu dat zij ons het meest roept.
Onze dagen zijn gevuld met prikkels die de geest laten dwalen van beeld naar beeld, van verlangen naar verlangen. De aandacht wordt dun uitgesmeerd, totdat zij zichzelf niet meer voelt. Wat achterblijft is een innerlijke leegte die schreeuwt om vulling ; en zo ontstaat de honger naar meer geluid, meer snelheid, meer afleiding. De cirkel sluit zich, zacht maar meedogenloos.
Stilte is geen leegte.
Zij is een ruimte die draagt.
Zoals de nacht de sterren zichtbaar maakt, zo onthult stilte wat altijd al aanwezig was, maar nooit gehoord kon worden. In haar schaduw vertraagt de tijd, ademt de ziel uit, en herinnert de mens zich wie hij is voorbij het denken.
Voor velen, en vooral voor jongeren, is deze ruimte onbekend geworden. Tijd wordt niet meer beleefd, maar gemeten. Wachten voelt als falen, nietsdoen als verlies. Wat we rusteloosheid noemen, wordt al snel een stoornis genoemd, en wat een uitnodiging tot aandacht zou kunnen zijn, krijgt een medisch etiket. Maar misschien vraagt de onrust niet om onderdrukking, maar om ontmoeting. Misschien verlangt zij niet naar medicatie, maar naar bedding.
In oude spirituele paden werd stilte gekoesterd als een heilige plaats. Niet omdat er niets was, maar omdat daar alles samenkwam. In stilte vallen de maskers af, en wordt het hart hoorbaar. Zij vraagt geen prestatie, slechts aanwezigheid. En juist dat is haar uitdaging: durven blijven waar niets ons afleidt van onszelf.
Stilte cultiveren is een zachte daad van verzet.
Een moment zonder scherm.
Een ademteug tussen twee gedachten.
Een luisterend oor dat niet meteen antwoordt.
In deze kleine pauzes herstelt de aandacht zich, zoals water helder wordt wanneer het niet langer wordt beroerd.
Maar stilte is ook confronterend. Zij laat zien wat we liever ontwijken: onzekerheid, gemis, onvervulde vragen. Toch schuilt daarin haar genade. Want wie de stilte durft binnen te gaan, ontdekt dat hij niet verloren is in haar diepte, maar gedragen wordt.
Aandacht groeit uit stilte, en aandacht is liefde in beweging. Wanneer we werkelijk aanwezig zijn, ontstaat helderheid, en uit helderheid groeit zorg ; voor onszelf, voor de ander, voor het kwetsbare weefsel van deze wereld. Stilte trekt ons niet weg uit het leven, zij brengt ons er juist dieper in.
In een tijd die nooit zwijgt, wordt stilte een thuiskomen.
Niet als ontsnapping, maar als herinnering.
Een fluistering die zegt: je hoeft niet sneller, je hoeft niet meer.
Je mag hier zijn.