donderdag 29 januari 2026

HOOFDSTUK 233-DE FLUISTERING VAN STILTE IN HET DIGITALE TIJDPERK

HOOFDSTUK 233

Door Kees Schilder 

Ik ben 


De wereld spreekt onophoudelijk.

Schermen lichten op als kleine zonnen in onze handen, meldingen tikken aan het bewustzijn, gedachten jagen elkaar op zonder rustpunt. In dit digitale tijdperk is stilte geen vanzelfsprekendheid meer, maar een vergeten taal. Toch is het juist nu dat zij ons het meest roept.

Onze dagen zijn gevuld met prikkels die de geest laten dwalen van beeld naar beeld, van verlangen naar verlangen. De aandacht wordt dun uitgesmeerd, totdat zij zichzelf niet meer voelt. Wat achterblijft is een innerlijke leegte die schreeuwt om vulling ; en zo ontstaat de honger naar meer geluid, meer snelheid, meer afleiding. De cirkel sluit zich, zacht maar meedogenloos.

Stilte is geen leegte.

Zij is een ruimte die draagt.

Zoals de nacht de sterren zichtbaar maakt, zo onthult stilte wat altijd al aanwezig was, maar nooit gehoord kon worden. In haar schaduw vertraagt de tijd, ademt de ziel uit, en herinnert de mens zich wie hij is voorbij het denken.

Voor velen, en vooral voor jongeren, is deze ruimte onbekend geworden. Tijd wordt niet meer beleefd, maar gemeten. Wachten voelt als falen, nietsdoen als verlies. Wat we rusteloosheid noemen, wordt al snel een stoornis genoemd, en wat een uitnodiging tot aandacht zou kunnen zijn, krijgt een medisch etiket. Maar misschien vraagt de onrust niet om onderdrukking, maar om ontmoeting. Misschien verlangt zij niet naar medicatie, maar naar bedding.

In oude spirituele paden werd stilte gekoesterd als een heilige plaats. Niet omdat er niets was, maar omdat daar alles samenkwam. In stilte vallen de maskers af, en wordt het hart hoorbaar. Zij vraagt geen prestatie, slechts aanwezigheid. En juist dat is haar uitdaging: durven blijven waar niets ons afleidt van onszelf.

Stilte cultiveren is een zachte daad van verzet.

Een moment zonder scherm.

Een ademteug tussen twee gedachten.

Een luisterend oor dat niet meteen antwoordt.

In deze kleine pauzes herstelt de aandacht zich, zoals water helder wordt wanneer het niet langer wordt beroerd.

Maar stilte is ook confronterend. Zij laat zien wat we liever ontwijken: onzekerheid, gemis, onvervulde vragen. Toch schuilt daarin haar genade. Want wie de stilte durft binnen te gaan, ontdekt dat hij niet verloren is in haar diepte, maar gedragen wordt.

Aandacht groeit uit stilte, en aandacht is liefde in beweging. Wanneer we werkelijk aanwezig zijn, ontstaat helderheid, en uit helderheid groeit zorg ; voor onszelf, voor de ander, voor het kwetsbare weefsel van deze wereld. Stilte trekt ons niet weg uit het leven, zij brengt ons er juist dieper in.

In een tijd die nooit zwijgt, wordt stilte een thuiskomen.

Niet als ontsnapping, maar als herinnering.

Een fluistering die zegt: je hoeft niet sneller, je hoeft niet meer.

Je mag hier zijn.

dinsdag 27 januari 2026

HOOFDSTUK 232-DE PARADOX VAN STILTE: BEDREIGING EN BEVRIJDING VOOR HET EGO

HOOFDSTUK 232

Door Kees Schilder 

Ik ben

Stilte is voor het ego geen neutrale ruimte. Integendeel, zij wordt vaak ervaren als leegte, verlies of zelfs gevaar. Het ego leeft immers van beweging: van gedachten die elkaar opvolgen, van emoties die betekenis geven aan het verhaal van “ik”. In die voortdurende stroom vindt het ego zijn bestaansrecht. Wanneer stilte zich aandient, ontbreekt de voedingsbodem waarop het ego rust. Daarom wendt het zich er vaak van af, of vult het die stilte snel op met afleiding, plannen of zorgen.

Toch schuilt juist in die stilte een diepere waarheid over wie wij werkelijk zijn. Stilte is geen afwezigheid, maar een aanwezigheid die voorafgaat aan elke gedachte en elke emotie. Het is de ruimte waarin alles verschijnt, zonder erdoor bepaald te worden. Wanneer de geest tot rust komt, wordt zichtbaar dat ons wezen niet samenvalt met wat we denken of voelen. In dat moment van stil zijn, zijn we eenvoudigweg, zonder uitleg, zonder verdediging.

Het ego vreest stilte omdat stilte het niet nodig heeft. Zij stelt geen vragen en zoekt geen bevestiging. In stilte wordt duidelijk dat identiteit niet gebouwd hoeft te worden; zij is er al, in haar meest pure vorm. Dit kan voor het ego aanvoelen als een vorm van sterven, terwijl het in werkelijkheid een thuiskomen is. Niet het verdwijnen van het zelf, maar het wegvallen van een beperkend beeld ervan.

De ware kunst van het leven ligt niet in voortdurend denken of doen, maar in het vermogen om te rusten in ZIJN. Nog steeds te ZIJN, zelfs te midden van beweging, is misschien wel de grootste innerlijke vaardigheid die een mens kan ontwikkelen. Stilte hoeft niet beperkt te blijven tot momenten van afzondering of meditatie. Zij kan aanwezig zijn in een gesprek, in werk, in keuzes en handelingen. Het is een stille achtergrond die blijft, ongeacht wat zich op de voorgrond afspeelt.

Wanneer we leren steeds weer terug te keren naar deze innerlijke stilte, verandert onze relatie met denken en handelen. Gedachten worden instrumenten in plaats van meesters. Handelingen ontstaan vanuit helderheid in plaats van onrust. Het leven wordt minder een strijd om controle en meer een natuurlijke stroom waarin we bewust deelnemen.

Stilte vraagt geen perfectie, slechts bereidheid. Bereidheid om even niet te weten, even niet te sturen, even niet te reageren. In die openheid wordt het ego doorzichtig en verliest het zijn absolute gezag. Wat overblijft is een zachte, stabiele aanwezigheid; een vorm van zijn die niet afhankelijk is van omstandigheden.

Uiteindelijk is stilte geen eindpunt, maar een voortdurende uitnodiging. Een herinnering dat, onder alle rollen en verhalen, een onwankelbare kern leeft. Door die stilte steeds opnieuw toe te laten in het dagelijks leven, ontdekken we dat het diepste vervuld zijn niet voortkomt uit wat we bereiken, maar uit het eenvoudige feit dat we ZIJN.

zaterdag 24 januari 2026

HOOFDSTUK 231-BEWUSTZIJN EN STILTE ALS THUISKOMEN IN HET WARE ZELF

Hoofdstuk 231

Door Kees Schilder 

Ik ben

In een wereld die voortdurend spreekt, denkt en interpreteert, is stilte een zeldzame ervaring geworden. Toch is het juist in die stilte dat de essentie van het zelf zich openbaart. Wanneer we kijken naar iemand die niet aan het denken is—een moment van pure aanwezigheid—zien we meer dan een lichaam of een persoonlijkheid. We ontmoeten een veld van bewustzijn dat niet gebonden is aan woorden, vormen of verhalen. Dit bewustzijn is onzichtbaar voor het oog, maar onmiddellijk herkenbaar voor wie zelf even stil durft te worden.

Dit diepere bewustzijn is geen object dat waargenomen kan worden; het is datgene waarmee waargenomen wordt. Het is de stille achtergrond waartegen gedachten komen en gaan, zoals wolken langs een open hemel drijven. Meestal zijn we zo geïdentificeerd met deze wolken door onze meningen, angsten, herinneringen en plannen, dat we vergeten dat we zelf de hemel zijn waarin zij verschijnen. Stilte nodigt ons uit om die identificatie los te laten en te rusten in wat altijd al aanwezig was.

Wanneer de denkende geest tot rust komt, verdwijnt het ego niet met geweld, maar lost het op door gebrek aan aandacht. Het ego leeft immers van verhalen: wie ik was, wie ik zou moeten zijn, hoe anderen mij zien. In stilte is er geen verhaal nodig. Daar is alleen zijn. Deze staat van zijn is niet leeg of afwezig, maar juist vol, levend en helder. Het is een bewustzijn dat geen bevestiging zoekt en niets hoeft te bereiken. Het is compleet in zichzelf.

Deze stilte is geen ontsnapping aan het leven, maar een intiemere ontmoeting ermee. Vanuit bewustzijn ontstaat een andere manier van kijken: minder oordelend, minder verdeeld. Wanneer we iemand ontmoeten vanuit deze innerlijke ruimte, ontmoeten we niet alleen de ander, maar ook onszelf. Er ontstaat een stille herkenning, alsof twee spiegels elkaar aankijken en hetzelfde licht weerspiegelen. In dat moment valt de scheiding tussen ‘ik’ en ‘jij’ even weg.

Het ware zelf is niet iets wat we moeten worden; het is wat we al zijn wanneer we stoppen met zoeken. Het is aanwezig in de pauze tussen twee gedachten, in de ademhaling die vanzelf gaat, in het eenvoudige besef: ik ben. Dit besef is voorafgaand aan elke identiteit en elke rol. Het vraagt geen inspanning, alleen ontvankelijkheid.

Bewustzijn en stilte herinneren ons eraan dat vrede niet iets is dat van buitenaf verkregen hoeft te worden. Zij ligt verscholen onder de lagen van mentale activiteit, altijd beschikbaar. Door regelmatig ruimte te maken voor stilte, niet als techniek, maar als houding, leren we opnieuw te luisteren naar dat wat geen woorden nodig heeft. En misschien ontdekken we dan dat we nooit echt verloren zijn geweest, alleen even vergeten waar ons ware thuis is.

In die herinnering ligt een zachte, maar diepe vrijheid: de vrijheid om te zijn wie we in essentie altijd al waren; stil, bewust en volledig aanwezig.

zondag 18 januari 2026

HOOFDSTUK 230-DE VLUCHTIGHEID VAN HET EGO EN DE POORT NAAR TIJDLOZE AANWEZIGHEID

 


HOOFDSTUK 230

Door Kees Schilder 

De vluchtigheid van het ego en de poort naar tijdloze aanwezigheid


Het persoonlijke zelf, vaak aangeduid als het ego, beweegt zich volledig binnen de grenzen van tijd. Het wordt geboren, ontwikkelt zich, verzamelt ervaringen en verdwijnt uiteindelijk weer. Zelfs een mensenleven dat zich over een eeuw uitstrekt, is in het grotere geheel slechts een oogwenk. Toch hechten wij ons diep aan dit tijdelijke zelfbeeld: onze naam, onze geschiedenis, onze successen en mislukkingen. We bouwen er een identiteit omheen en verdedigen die alsof zij ons wezen zelf is. Maar juist deze identificatie met het vergankelijke vormt de kern van ons innerlijk lijden.

Tegenover deze vluchtige identiteit staat iets dat niet komt en niet gaat: de tijdloze essentie van wie we werkelijk zijn. Deze essentie kan niet worden gemeten in jaren of herinneringen. Zij is niet afhankelijk van omstandigheden, rollen of gedachten. Waar het ego voortdurend in beweging is, leeft deze diepere laag in stilte. Niet als afwezigheid, maar als een levende, bewuste aanwezigheid die alles doordringt. Zij overstijgt het tijdelijke bestaan zonder het af te wijzen en vormt de stille achtergrond waartegen het leven zich afspeelt.

Een directe ingang tot deze tijdloze dimensie is het bewust worden van stilte. Niet alleen de uiterlijke stilte van een stille ruimte, maar vooral de innerlijke stilte die aanwezig is tussen woorden, tussen gedachten, en zelfs achter gedachten. Wanneer we aandachtig luisteren naar een gesprek, kunnen we plots de pauze tussen twee zinnen waarnemen. In die korte leegte is geen commentaar, geen oordeel, geen verhaal , alleen pure aanwezigheid. Dezezelfde stilte bestaat ook in onszelf, steeds beschikbaar, maar zelden opgemerkt.

Naarmate ons bewustzijn zich verdiept in deze stilte, gebeurt er iets wezenlijks. Het denken verliest tijdelijk zijn overheersende rol. Niet omdat het wordt onderdrukt, maar omdat het niet langer het middelpunt is. Gedachten mogen komen en gaan, maar ze bepalen niet meer wie wij zijn. In deze staat van waakzame stilte ontstaat een helder, alert bewustzijn dat niet gespannen is, maar juist ruim en ontvankelijk. We ervaren onszelf niet langer als een afgescheiden individu dat de wereld tegemoet treedt, maar als een open veld van gewaarzijn waarin de wereld verschijnt.

Deze ervaring van verbondenheid met iets groters en diepers dan het denken brengt een subtiele maar diepgaande verschuiving teweeg. Het leven wordt minder persoonlijk opgevat. Gebeurtenissen worden nog steeds gevoeld, emoties komen en gaan, maar ze worden gedragen door een onderliggende rust. Vanuit deze rust ontstaat spontaniteit, compassie en wijsheid. Handelen komt niet voort uit angst of behoefte aan bevestiging, maar uit afstemming met het geheel.

De paradox is dat juist door het loslaten van de krampachtige identificatie met het persoonlijke zelf, het leven rijker en intenser wordt. Het ego probeert zichzelf te behouden door controle, maar de tijdloze essentie leeft door overgave. In stilte vinden we geen leegte, maar thuiskomen. Daar ontdekken we dat wie wij in wezen zijn nooit gevangen zat in tijd, en nooit verloren kan gaan. De stilte was er altijd al , wachtend om herkend te worden.

donderdag 15 januari 2026

HOOFDSTUK 229-DE WERKELIJKHEID ALS EEN FLUISTEREND INNERLIJK VERHAAL

HOOFDSTUK 229-DE WERKELIJKHEID ALS EEN FLUISTEREND INNERLIJK VERHAAL

Door Kees Schilder


Niet de situatie vormt ons leven,

maar het verhaal dat zachtjes in ons leeft.

De wereld zelf is stil en open ,

zij krijgt kleur door het bewustzijn waarmee wij haar aanraken.

Lijden ontstaat niet uit wat gebeurt,

maar uit de gedachten die wij eromheen weven,

uit verwachting, verzet en het niet willen zijn met wat is.


Zijn en doen; twee ademhalingen van één leven:

Velen dwalen door de dagen in het doen:

plannen, streven, herstellen, verbeteren.

Doen is nodig in de wereld van vorm,

maar verliest zijn wijsheid wanneer het niet rust

in het stille hart van het zijn.

Ware vervulling groeit niet uit meer beweging,

maar uit aanwezigheid die meebeweegt.


Irritatie als zachte boodschapper:

Irritatie ontstaat wanneer de geest

het nu verlaat voor een verlangde morgen.

Zodra het fluistert: “dit zou anders moeten zijn”,

spant de tijd zich aan.

De werkelijkheid botst met onze beelden,

en spanning wordt geboren.

Maar waar acceptatie ontstaat ,

niet uit berusting, maar uit openheid ,

smelt weerstand,

en met haar het lijden.


Diep in ons leeft het stille geloof

dat de wereld ons gelukkig moet maken.

Wanneer zij daarin faalt,

ontstaan teleurstelling, verdriet, verharding.

Ontwaken is het doorzien van deze droom:

geluk is geen gave van omstandigheden,

maar een innerlijke afstemming,

een thuiskomen in jezelf.


Relaties als spiegels van bewustzijn:

Relaties worden lichter

wanneer we zien dat ieder handelt

vanuit zijn eigen plaats van bewustzijn.

Acceptatie is geen goedkeuring,

maar helder kijken zonder innerlijke strijd.

Wanneer we stoppen anderen te vormen

om onszelf te ontlasten,

valt er iets open:

wij bevrijden niet alleen de ander,

maar vooral onszelf.


Van oordeel naar compassie:

Met groeiend bewustzijn

verzacht oordeel tot begrip,

en verzet tot mededogen.

Conflicten verliezen hun stem

wanneer het ego niet langer antwoordt.

Wat overblijft

is ruimte,

is zachtheid,

is liefdevolle helderheid.


Tot slot, een stille waarheid

Innerlijke vrede groeit

uit aanwezig zijn,

niet uit beheersen.

Lijden lost op

waar voorkeur, oordeel en verwachting

worden losgelaten.

Acceptatie van het moment

en van de ander

opent de poort naar vrijheid.

Wanneer zijn en doen samenvloeien,

wordt het leven zelf een spirituele praktijk.

Je leeft niet in de wereld zoals zij is,

maar in de wereld zoals jij haar van binnen ervaart.


zondag 11 januari 2026

HOOFDSTUK 228-DE SLUIER VAN MACHT EN HET ONTWAKEN VAN DE MENS

 De sluier van macht en het ontwaken van de mens

Door de geschiedenis heen heeft de mens zich afgevraagd of zijn lot werkelijk in eigen handen ligt, of dat onzichtbare krachten , van onbekende oorsprong, subtiel aan de touwtjes trekken. In spirituele tradities, mythen en hedendaagse bewustzijnsbewegingen leeft het idee dat de mensheid niet louter vrij en autonoom is, maar wordt beïnvloed door machten die haar beschouwen als werktuig, als energiebron, of zelfs als slaaf binnen een groter kosmisch spel.

Deze krachten, zo wordt verondersteld, manifesteren zich niet altijd direct. Zij werken via structuren, overtuigingen en systemen. Eén van de meest herkenbare vormen daarvan is de hiërarchische ordening van de samenleving. De wereld lijkt opgebouwd als een piramide: een smalle top waarin macht, bezit en beslissingsrecht geconcentreerd zijn, rustend op een brede basis van mensen die dienen, produceren en gehoorzamen. Rangen en standen worden genormaliseerd, niet alleen economisch of politiek, maar ook mentaal en spiritueel. De mens leert zijn plaats te kennen , en vooral: te accepteren.

Binnen deze piramidale cultuur functioneren angst, dwang, leugens en bedrog als beheersinstrumenten. Angst voor tekort, voor straf, voor uitsluiting. Leugens die zich vermommen als vanzelfsprekendheden: “zo is de wereld nu eenmaal”, “je hebt autoriteit nodig”, “zonder toezicht vervalt de mens in chaos”. 

Bedrog dat zich voordoet als bescherming en orde, maar in wezen de innerlijke soevereiniteit van de mens aantast.

Toch lijkt er een verschuiving gaande. Steeds meer mensen ervaren een innerlijk ontwaken , een moment waarop de sluier dunner wordt en de beïnvloeding zichtbaar. Zij herkennen de angstcultuur als een constructie en voelen dat hun wezen groter is dan de rol die hen is toebedeeld. Dit ontwaken is zelden luid of spectaculair; het begint vaak stil, als een innerlijk weten dat iets niet klopt.

Een zichtbaar voorbeeld van deze beweging zijn mensen die zichzelf autonoom noemen. Zij wijzen opgelegd gezag af en erkennen geen externe autoriteit die boven hun eigen geweten staat. Voor hen is vrijheid geen privilege dat verleend wordt, maar een goddelijk geboorterecht. In deze visie is ieder mens soeverein, zijn eigen baas, verantwoordelijk voor zijn eigen keuzes en daden. Niet geleid door angst, maar door bewustzijn.

Fysiek gezien is deze beweging nog rauw, chaotisch en in ontwikkeling. Spiritueel gezien raakt dit echter aan een diepere waarheid: dat macht van buitenaf alleen kan bestaan zolang de mens zijn innerlijke kracht vergeet. Zodra hij zich herinnert wie hij is, een vrij, scheppend wezen , verliest de piramide haar fundament. Niet door strijd of revolutie, maar door bewustzijn. Door het weigeren om nog langer mee te resoneren met leugen en dwang.

Misschien ligt daarin de grootste bevrijding: niet in het omverwerpen van systemen, maar in het overstijgen ervan. Wanneer genoeg mensen ontwaken, verliest elke onbekende kracht, hoe oud of geraffineerd ook, haar grip. Want een mens die zichzelf kent, kan niet langer als werktuig worden gebruikt.

En zo staat de mensheid op een kruispunt: blijft zij slapen binnen de veilige grenzen van opgelegde orde, of durft zij te ontwaken in de soms onzekere, maar diep waarachtige ruimte van innerlijke vrijheid? De keuze, zo fluistert het spirituele weten, is altijd individueel , en altijd heilig.





donderdag 8 januari 2026

HOOFDSTUK 227-HET EGO EN HET HART: TUSSEN AFSCHEIDING EN LIEFDE

Hoofdstuk 227

Door Kees Schilder

De mens leeft voortdurend in een spanningsveld tussen twee innerlijke krachten: het ego en het hart. Het ego spreekt luid, wil gezien worden en zoekt bevestiging in de buitenwereld. Het hart fluistert zacht, maar draagt een waarheid die dieper reikt dan woorden. Waar het ego grenzen trekt, schept het hart verbinding.

Het ego ontstaat uit de behoefte aan bescherming. Het vormt zich rondom ervaringen van pijn, angst en tekort en bouwt een identiteit die zegt: dit ben ik. In die constructie schuilt zowel kracht als beperking. Het ego helpt de mens te functioneren in de wereld, doelen te stellen en zichzelf te onderscheiden. Maar wanneer het ego de leiding neemt over het innerlijk leven, kan het de mens gevangen houden in vergelijking, oordeel en voortdurende onrust. Het ego leeft in het verleden en projecteert zich op de toekomst; het kent zelden rust in het huidige moment.

Onder invloed van het ego raakt de mens gemakkelijk vervreemd van zichzelf en anderen. Het ego voedt de illusie van afgescheidenheid: jij tegenover mij, winst tegenover verlies, gelijk tegenover ongelijk. Vanuit deze dynamiek ontstaan strijd, angst om tekort te komen en de drang om te controleren. Zelfs spirituele groei kan door het ego worden toegeëigend, wanneer verlichting een prestatie wordt en liefde een middel om gezien te worden.

Het hart daarentegen kent geen agenda. Het hart is geen constructie, maar een ruimte. Het herinnert de mens aan zijn oorspronkelijke staat: liefde. Niet de romantische of voorwaardelijke liefde, maar een stille, dragende aanwezigheid die niets nodig heeft om te bestaan. Wanneer de mens zich verbindt met het hart, verschuift de ervaring van het leven. Waar het ego vraagt wat krijg ik?, vraagt het hart wat kan ik zijn?

In het hart maakt het ego geen kans, niet omdat het bestreden wordt, maar omdat het simpelweg niet nodig is. Liefde heeft geen verdediging nodig. In de ervaring van het hart lossen grenzen op en ontstaat een gevoel van eenheid. Compassie vervangt oordeel, overgave vervangt controle. De mens voelt zich niet langer afgescheiden, maar onderdeel van een groter geheel.

Verbinding met het hart vraagt geen strijd tegen het ego, maar bewustzijn. Het ego hoeft niet vernietigd te worden; het mag gezien en erkend worden voor wat het is: een tijdelijke stem, geen absolute waarheid. Door aandacht, stilte en aanwezigheid ontstaat ruimte waarin het hart vanzelf hoorbaar wordt. In die ruimte verzacht de mens, zowel naar zichzelf als naar de wereld.

Wanneer de mens vanuit het hart leeft, verandert niet alleen de innerlijke beleving, maar ook de manier van zijn in relatie tot anderen. Liefde wordt een staat van zijn in plaats van een emotie. Handelingen komen voort uit authenticiteit in plaats van angst. Het leven wordt geen gevecht om bestaansrecht, maar een expressie van verbondenheid.

Uiteindelijk nodigt het pad van het hart de mens uit om te herinneren wie hij is voorbij het ego: geen afgescheiden individu dat moet bewijzen, maar een bewustzijn dat liefheeft. In die herinnering ligt vrede. En in die vrede vindt het ego zijn natuurlijke plaats , dienend, niet leidend , terwijl het hart vrij ademt als de bron van liefde die het altijd al was.

Hoe kun je je dan bewust overgeven/leven vanuit je hart, praktisch gezien?:

Bewust leven vanuit het hart betekent dat je leert pauzeren voordat het ego reageert, zodat je keuzes niet langer worden gestuurd door angst, controle of behoefte aan bevestiging, maar door aanwezigheid en eerlijkheid. Je observeert het ego zonder erin mee te gaan en herkent dat zijn verhalen niet je ware kern zijn. Door aandacht te brengen naar het huidige moment, naar voelen in plaats van denken, ontstaat vanzelf een andere houding: zachter, opener en minder verdedigend. Vanuit die staat handel je niet om iets te worden, maar om trouw te zijn aan wat er al is. Het hart leidt zonder dwang; het ego volgt zonder strijd.

zondag 4 januari 2026

HOOFDSTUK 226:DOORZICHTIGE WERKELIJKHEID VAN VERBEELDING

 

Hoofdstuk 226

Door Kees Schilder


In het vorige hoofdstuk (225) had ik het over fantasie en werkelijkheid. Ik wil dit gegeven hier wat uitdiepen: 

Fantasieën, verbeelding, dromen en gedachten zijn net zo echt , en net zo onecht , als de stoel waarop ik zit of de kleren die ik draag. Het verschil zit niet in hun bestaansrecht, maar in hun dichtheid. De stoel is massief, tastbaar, ogenschijnlijk vast. Een gedachte is ijl, beweeglijk, doorzichtig. Toch verschijnen ze beide in hetzelfde veld van ervaring. Beiden zijn.

Wat wij “de werkelijkheid” noemen, blijkt bij nader inzien een gelaagde werkelijkheid te zijn. Niet alles wat bestaat hoeft hard of zichtbaar te zijn om werkelijk te zijn. Geluid is onzichtbaar, liefde onmeetbaar, tijd ongrijpbaar – en toch twijfelen we zelden aan hun bestaan. Fantasieën en dromen behoren tot diezelfde categorie: ze zijn geen illusies, maar subtiele vormen van realiteit.

De vraag die zich dan aandient is niet of ze echt zijn, maar: waar komen ze vandaan?

Wanneer we aannemen dat alles wat is, altijd al heeft bestaan, dat het Zijn zelf tijdloos is, dan kan niets werkelijk “ontstaan”. Het kan slechts zichtbaar worden, of bewust. In dat licht zijn fantasieën en dromen geen creaties uit het niets, maar vormen van herinnering. Geen persoonlijke herinneringen uit dit leven, maar herinneringen van het bewustzijn zelf.

Wat wij ervaren als verbeelding, is mogelijk kennis die zich aandient zonder de zware vorm van materie. Kennis die nog niet is vastgezet in woorden, concepten of objecten. Ze verschijnt als beeld, gevoel, flard, symbool. Niet omdat ze vaag is, maar omdat ze te ruim is om meteen vast te pakken.

Dromen en fantasieën gaan dan niet over iets nieuws dat wij leren, maar over iets ouds dat wij ons weer herinneren. Zaken die wij allang kennen, maar niet op het niveau van het denkende ego. Ze leven in een dieper, stiller weten. In wat vaak het onbewuste wordt genoemd, maar misschien beter het voorbewuste genoemd kan worden: datgene wat altijd aanwezig is, wachtend op erkenning.

In die zin zijn fantasieën en dromen flarden van min of meer onbewuste kennis. Ze verschijnen fragmentarisch, omdat ons bewuste denken nog niet de ruimte heeft om het geheel te dragen. Zoals licht door een prisma uiteenvalt in kleuren, zo valt dat diepe weten uiteen in beelden, verhalen en symbolen wanneer het ons raakt.

Daarom voelen sommige dromen “echter dan echt”. Niet omdat ze letterlijk zijn gebeurd, maar omdat ze resoneren met een waarheid die dieper ligt dan feitelijkheid. Ze raken iets aan dat niet hoeft te bewijzen dat het bestaat ; het herkent zichzelf in ons.

Misschien is de grootste vergissing dat wij denken dat bewustzijn zich beperkt tot wat wij kunnen vastpakken. Alsof alleen het dichte telt, en het subtiele slechts bijzaak is. Maar het zou ook andersom kunnen zijn: dat de materiële wereld de meest vertraagde, verdichte vorm is van iets wat eerst droomde, dacht en zich verbeeldde.

In dat licht is de stoel waarop ik zit niet meer of minder werkelijk dan de gedachte die door mij heen beweegt. Beiden verschijnen. Beiden verdwijnen. En beiden wijzen terug naar hetzelfde mysterie: een werkelijkheid die zichzelf voortdurend ervaart, in vormen grof en fijn, zichtbaar en doorzichtig.

En misschien is het niet zo dat wij dromen hebben, maar dat het Zijn zichzelf even via ons herinnert.

Fantasieën en dromen maken de weg vrij voor een hoger bewustzijn. En deze uitbreiding van bewustzijn nemen wij mee naar het "oer-bewustzijn" waardoor dit oer-bewustzijn weer uitbreidt en groeit. En dat is de taak waar wij allemaal onderdeel van zijn..

HOOFDSTUK 249: IS ER COMMUNICATIE MOGELIJK TUSSEN DE ZIEL EN DE PERSOONLIJKHEID

HOOFDSTUK 249 IK BEN De vraag of communicatie tussen ziel en persoonlijkheid mogelijk is, raakt aan een oud en diep spiritueel spanningsveld...