zaterdag 18 april 2026

HOOFDSTUK 249: IS ER COMMUNICATIE MOGELIJK TUSSEN DE ZIEL EN DE PERSOONLIJKHEID

HOOFDSTUK 249

IK BEN

De vraag of communicatie tussen ziel en persoonlijkheid mogelijk is, raakt aan een oud en diep spiritueel spanningsveld: hoe kan iets wat zich beweegt in een hogere, subtielere frequentie zich verstaanbaar maken binnen de dichtere, meer begrensde trilling van de menselijke persoonlijkheid? ik bedoel, de frequentie van de ziel is toch verfijnder en verder ontwikkeld dan die van de persoonlijkheid?

De ziel wordt in veel spirituele tradities gezien als een bewustzijnslaag die voorbij tijd, conditionering en identiteit reikt. Zij beweegt zich niet in woorden, maar in essenties,intuïtie, betekenis, richting. De persoonlijkheid daarentegen leeft in taal, denken, emotie en zintuiglijke ervaring. Zij is gevormd door opvoeding, cultuur en herinnering. Waar de ziel stil en ruim is, is de persoonlijkheid vaak druk en gefragmenteerd.

Wat ik bedoel met het idee van “frequentie” is hier vooral metaforisch: het duidt op een verschil in subtiliteit. De ziel trilt fijner, minder gebonden aan vorm; de persoonlijkheid grover, meer verankerd in materie. Vanuit dat perspectief lijkt directe communicatie onmogelijk—alsof men probeert een fluistering te horen in een storm.

En toch is er communicatie.

Niet via lineaire taal, maar via tussenlagen. De ziel spreekt in symbolen, in plotselinge inzichten, in een diep weten dat niet beredeneerd is. Ze communiceert via wat vaak “intuïtie” wordt genoemd, een onmiddellijke herkenning van waarheid zonder tussenkomst van analyse. Ook manifesteert zij zich in verlangens die niet volledig te herleiden zijn tot conditionering: een roeping, een gevoel van richting, een stille drang naar betekenis of verbinding.

De persoonlijkheid ontvangt deze signalen echter niet altijd zuiver. Haar eigen “ruis”, angst, overtuigingen, verwachtingen, kan de ontvangst vervormen. Wat vanuit de ziel een heldere impuls is, kan in de persoonlijkheid vertaald worden naar twijfel of zelfs weerstand. De communicatie is dus geen probleem van mogelijkheid, maar van afstemming.

Spirituele praktijken kunnen begrepen worden als manieren om deze afstemming te verfijnen. Stilte, meditatie, contemplatie, ze verminderen de ruis van de persoonlijkheid, waardoor de subtielere signalen van de ziel hoorbaarder worden. Het is niet dat de ziel luider gaat spreken; het is dat de persoonlijkheid stiller leert worden.

Interessant is dat deze communicatie zelden dwingend is. De ziel lijkt niet te commanderen, maar te suggereren. 

Ze respecteert de autonomie van de persoonlijkheid, hoe beperkt die ook kan zijn. Dit maakt de relatie eerder dialogisch dan hiërarchisch: geen bevelstructuur, maar een uitnodiging tot samenwerking.

Je zou kunnen stellen dat de persoonlijkheid de taal moet leren van de ziel, niet andersom. Waar de persoonlijkheid vraagt om bewijs, biedt de ziel resonantie. Waar de persoonlijkheid zekerheid zoekt, biedt de ziel richting zonder garantie. Dit vraagt om vertrouwen, een kwaliteit die niet vanzelfsprekend is binnen een rationeel georiënteerd bewustzijn.

Toch zijn er momenten waarop de kloof lijkt te verdwijnen. In ervaringen van diepe flow, creativiteit, liefde of verwondering valt de scheiding tussen ziel en persoonlijkheid tijdelijk weg. De persoonlijkheid wordt dan transparant, een kanaal in plaats van een filter. In zulke momenten is communicatie geen overdracht meer, maar eenheid.

Dus, is communicatie mogelijk? Ja, maar niet op de voorwaarden van de persoonlijkheid alleen. Het vereist een verschuiving van luisteren naar voelen, van denken naar zijn. Het is geen gesprek in woorden, maar een afstemming in bewustzijn.

Misschien ligt de kern van de vraag niet in of communicatie mogelijk is, maar in hoe bereid de persoonlijkheid is om te leren luisteren op een andere manier.

zondag 12 april 2026

HOOFDSTUK 248-KENNIS ZONDER INNERLIJKE ZUIVERHEID IS ALS EEN SCHERP INSTRUMENT IN ONRUSTIGE HANDEN

HOOFDSTUK 248

Door Kees Schilder 

Ik ben


Het beheersen van het uiten van een mening en het vermogen om niet te oordelen vormen samen een innerlijke discipline die dieper reikt dan sociale beleefdheid of morele correctheid. Het zijn poorten naar bewustzijn. Zonder deze eigenschappen blijft zelfs de meest verfijnde kennis , of die nu psychologisch, spiritueel of energetisch is , onvolledig en potentieel gevaarlijk.

Een mening lijkt onschuldig. Het is immers slechts een gedachte, een interpretatie van wat wij waarnemen. Maar in werkelijkheid draagt elke mening een lading. Ze komt voort uit onze conditionering, onze angsten, onze voorkeuren en onze overtuigingen. Wanneer we deze mening ongefilterd uiten, projecteren we niet alleen woorden, maar ook de energie die eraan verbonden is. En juist daar begint het subtiele effect: wat we uitspreken, beïnvloedt niet alleen de ander, maar ook het veld waarin we ons bevinden.

Oordelen gaan nog een stap verder. Waar een mening een perspectief kan zijn, sluit een oordeel vaak af. Het plaatst iets of iemand in een vast kader: goed of fout, juist of verkeerd, waardig of onwaardig. In dat moment stopt het zien. We kijken niet meer werkelijk ; we concluderen. En met die conclusie sturen we een energie van afscheiding de wereld in.

Wanneer iemand kennis heeft van het cultiveren en manipuleren van energie, wordt deze dynamiek versterkt. Want waar aandacht en intentie samenkomen, ontstaat kracht. Als die kracht wordt vermengd met oordelen, ontstaat er een versterkte projectie. Het oordeel blijft dan niet langer een vluchtige gedachte; het wordt een geladen impuls die doorwerkt in anderen, in situaties, en in het innerlijke landschap van degene die het uitzendt.

Het gevaar ligt niet zozeer in de kennis zelf, maar in de staat van bewustzijn van degene die haar hanteert. Kennis zonder innerlijke zuiverheid is als een scherp instrument in onrustige handen. Het kan snijden waar het niet bedoeld is om te snijden. Wanneer oordelen aanwezig blijven, worden ze als het ware versterkt door de vaardigheid om energie te sturen. Wat eerst een kleine verstoring was, kan uitgroeien tot een diepere ontregeling.

Daarom is het vermogen om niet te oordelen geen zwakte, maar een vorm van meesterschap. Het vraagt om innerlijke stilte, om het verdragen van het niet-weten, om het loslaten van de behoefte om alles te classificeren. In die ruimte ontstaat helderheid, een zien zonder vervorming. En vanuit die helderheid kan energie vrijer, zachter en zuiverder bewegen.

Het beheersen van het uiten van een mening betekent niet dat men geen waarheid meer spreekt. Integendeel. Het betekent dat woorden niet langer impulsief voortkomen uit innerlijke ruis, maar bewust worden gekozen. Dat ze niet dienen om te bevestigen wat men al denkt, maar om verbinding te creëren, inzicht te delen, of stilte te respecteren waar woorden tekortschieten.

Wanneer iemand deze eigenschappen ontwikkelt, verandert de kwaliteit van zijn aanwezigheid. Hij wordt geen bron van verstoring, maar van balans. Geen versterker van verdeeldheid, maar een drager van ruimte. En juist dan krijgt kennis van energie een andere betekenis: niet als middel om te beïnvloeden of te sturen vanuit eigen voorkeur, maar als vermogen om te ondersteunen wat in harmonie wil ontstaan.

Misschien ligt de essentie hierin: ware kracht vraagt om innerlijke leegte. Niet de leegte van afwezigheid, maar van openheid; een staat waarin oordelen oplossen en meningen hun grip verliezen. In die leegte wordt energie niet langer gekleurd door persoonlijke voorkeuren, maar stroomt zij in afstemming met iets dat groter is dan het individu.

Zonder die leegte wordt kracht al snel verstoring. Met die leegte wordt kracht compassie.


dinsdag 7 april 2026

HOOFDSTUK 247-HET VUUR DAT HET EGO ACHTER JE LAAT

HET VUUR DAT HET EGO ACHTER JE LAAT 

Ik ben

Er bestaat een kracht in de menselijke ervaring die zowel gevreesd als verlangd wordt: het vuur van de waarheid. Het is geen tastbaar vuur, geen fysieke vlam, maar een innerlijke intensiteit die alles wat onecht is blootlegt en verteert. Dit vuur is geen vijand, maar een poort, een doorgang naar wat werkelijk is.

Wij leven doorgaans in een web van verhalen. We noemen dat onze identiteit: wie we denken te zijn, wat we geloven, waar we ons aan vastklampen. Deze constructies geven ons houvast, een gevoel van controle. Maar ze zijn fragiel. Onder de oppervlakte schuilt een stille spanning, een weten dat wat wij “ik” noemen misschien niet zo solide is als het lijkt.

Wanneer het vuur van de waarheid begint te branden, wordt dit zichtbaar.

Het komt niet altijd zacht. Soms verschijnt het als een inzicht dat niet meer te ontkennen valt. Soms als een crisis, een breuk in het bekende. Alles wat niet waarachtig is, maskers, overtuigingen, zelfbeelden,wordt ineens doorlicht. Wat eerst zekerheid bood, blijkt een verhaal. Wat eerst bescherming leek, blijkt een beperking.

En dat doet pijn.

Niet omdat waarheid zelf pijnlijk is, maar omdat we ons verzetten tegen wat zij onthult. We willen vasthouden aan het bekende, zelfs als het ons gevangen houdt. Het vuur vraagt iets radicaals: overgave. Niet als een passieve berusting, maar als een diepe bereidheid om niets vast te houden dat niet echt is.

Overgave betekent hier: toestaan dat alles wat niet waar is, wegbrandt.

In die overgave schuilt een paradox. Want terwijl het vuur vernietigt, bevrijdt het tegelijkertijd. Wat verdwijnt zijn illusies, wat overblijft is eenvoud. Geen grootse spirituele identiteit, geen verheven staat, maar een stille helderheid. Een direct ervaren van zijn, zonder de tussenkomst van verhalen.

Het is alsof er ruimte ontstaat waar eerst spanning zat.

In die ruimte is geen behoefte meer om iemand te zijn. Er is alleen aanwezigheid. Leven dat zichzelf leeft, zonder voortdurende interpretatie. Dit is geen eindpunt, geen prestatie. Het is eerder een terugkeer, naar iets dat er altijd al was, maar overschaduwd werd door de constructies van de geest.

Het vuur van de waarheid vraagt moed. Niet de moed om iets te bereiken, maar de moed om alles te verliezen wat je dacht te zijn. Het vraagt eerlijkheid, een compromisloze bereidheid om jezelf onder ogen te zien zonder verdraaiing.

Maar wie dat vuur niet langer vreest, ontdekt iets onverwachts: dat wat verbrandt, nooit werkelijk van jou was. En dat wat overblijft, niet vernietigd kan worden.

Daar, in die ongrijpbare eenvoud, brandt het vuur niet langer als iets dat vernietigt, maar als iets dat verlicht.


zaterdag 4 april 2026

HOOFDSTUK 246: (Het doorzien van) DE ILLUSIE VAN "ERGENS ANDERS WILLEN ZIJN"

HOOFDSTUK  246

DOOR Kees Schilder 

ik ben

De illusie van ‘ergens anders willen zijn’ is misschien wel een van de meest subtiele vormen van onrust die de menselijke geest kent. Het is geen luid verlangen dat zich altijd duidelijk aankondigt, maar eerder een zachte, constante fluistering op de achtergrond van ons bestaan: “Dit is het nog niet… straks, daar, of anders zal het beter zijn.”

In deze fluistering schuilt een paradox. Want terwijl het verlangen naar een andere plek of een betere situatie ons vooruit lijkt te trekken, verwijdert het ons tegelijkertijd van het enige moment waarin het leven werkelijk plaatsvindt: het nu. Het huidige moment wordt gereduceerd tot een tussenstation, een middel in plaats van een bestemming. En zo leven we niet echt, maar wachten we , op iets dat nog moet komen.

Deze innerlijke beweging creëert een voortdurende spanning. Want wat er is, wordt onbewust afgewezen. De realiteit, zoals die zich aandient, is blijkbaar niet voldoende. En waar afwijzing is, ontstaat weerstand. Waar weerstand is, ontstaat lijden. Niet omdat het moment zelf tekortschiet, maar omdat wij het moment niet toestaan volledig te zijn wat het is.

Het verlangen om ergens anders te zijn is in wezen een vlucht. Niet per se van de fysieke plek, maar van de ervaring van dit moment. Misschien van ongemak, verveling, onzekerheid of zelfs stilte. Toch ligt juist in die ervaring , hoe onaangenaam of banaal ook, een ingang naar dieper bewustzijn. Door aanwezig te blijven bij wat zich aandient, zonder het onmiddellijk te willen veranderen, ontstaat ruimte. En in die ruimte kan iets onverwachts gebeuren: acceptatie.

Acceptatie betekent niet dat alles perfect is, of dat verandering niet gewenst is. Het betekent simpelweg dat we stoppen met vechten tegen wat al is. Vanuit die houding verschuift onze relatie tot het leven. We bewegen niet langer vanuit tekort, maar vanuit aanwezigheid. En paradoxaal genoeg ontstaat juist vanuit die aanwezigheid de meest zuivere vorm van verandering, niet gedreven door onvrede, maar door helderheid.

Wanneer we de illusie doorzien dat het leven zich ergens anders bevindt, begint een stille transformatie. Het gewone moment , een ademhaling, een blik, een geluid , krijgt een nieuwe diepte. Niet omdat het veranderd is, maar omdat wij werkelijk aanwezig zijn geworden.

Misschien is de grootste bevrijding niet het bereiken van een andere plek, maar het volledig thuiskomen waar we al zijn. Want uiteindelijk is er geen ‘ergens anders’ waar het leven op ons wacht. Het leven wacht hier. Nu. Altijd.

HOOFDSTUK 249: IS ER COMMUNICATIE MOGELIJK TUSSEN DE ZIEL EN DE PERSOONLIJKHEID

HOOFDSTUK 249 IK BEN De vraag of communicatie tussen ziel en persoonlijkheid mogelijk is, raakt aan een oud en diep spiritueel spanningsveld...