Hoofdstuk 207
Door Kees Schilder
IK BEN
Er wordt vaak gezegd dat zelfmoord een “zonde” is, een daad tegen het leven zelf. Boeken over het hiernamaals spreken over consequenties, over zielen die “blijven hangen” tussen werelden, gevangen in spijt of duisternis.
Op een bepaald niveau -of trilling- lijkt dat ook zo. Een niveau-of trilling-gebaseerd op opvoeding, indoctrinatie, beinvloeding etc. Wat je overtuiging is, is je werkelijkheid..
Maar als we dieper kijken, voorbij de gedachten en overtuigingen, kunnen we ons afvragen: wie wordt er eigenlijk veroordeeld? En door wie?
Is er in de werkelijkheid van het Nu wel zoiets als schuld — of is dat slechts een concept, voortgekomen uit het denken?
De illusie van schuld:
Schuld en boete bestaan alleen binnen het domein van de tijd.
Ze horen bij het verhaal dat de mens over zichzelf vertelt: “Ik had anders moeten handelen. Ik heb iets verkeerd gedaan. Ik verdien straf.”
Maar wie deze gedachten waarneemt, is niet de schuldige — het is Bewustzijn zelf.
Dat stille gewaarzijn, dat eenvoudig opmerkt wat er is, was er al vóór de schuldgedachte verscheen.
In dat veld van aanwezigheid bestaat geen veroordeling, want daar is geen verleden en geen toekomst — alleen dit moment.
Wanneer Jezus "stierf," symboliseerde hij het einde van dat oude bewustzijn van schuld.
Zijn offer was niet bedoeld om “zonden” af te lossen, maar om te laten zien dat er niets is om te vergeven.
Dat alles wat werkelijk is, al zuiver is — omdat het uit God, uit Zijn, uit Bewustzijn , uit Universum of hoe je het ook zelf wilt noemen, voortkomt.
Zelfmoord komt voort uit een diepe identificatie met pijn.
De mens ervaart een lijden dat ondraaglijk lijkt, en denkt: “Ik wil dit niet meer.”
In dat moment spreekt het denken. Het gelooft dat het lichaam vernietigen het lijden zal beëindigen.
Maar het lijden komt niet van het leven zelf — het komt van de weerstand tegen het leven.
De pijn ontstaat niet uit de ervaring, maar uit het verzet ertegen.
Wanneer iemand sterft door eigen hand, is er geen straf, geen oordeel, geen hel.
Er is alleen de plotselinge stilte waarin het denken stopt — en het Bewustzijn dat overblijft.
In die stilte wordt duidelijk dat het leven nooit bedreigd was, dat het nooit werkelijk kon eindigen.
De ziel en het ontwaken
Wat men “de ziel” noemt, is niet iets dat ver weg reist of een oordeel tegemoet gaat.
Het is de stroom van Bewustzijn die tijdelijk een vorm heeft aangenomen — een lichaam, een persoonlijkheid, een verhaal.
Wanneer de vorm oplost, blijft datzelfde Bewustzijn eenvoudig bestaan, stil, levend, grenzeloos.
Misschien ervaart de ziel een moment van verwarring, zoals iemand die wakker wordt uit een droom en niet meteen weet waar hij is.
Maar ook die verwarring is tijdelijk.
Uiteindelijk keert alles terug naar hetzelfde Licht dat het altijd al was.
Er is geen boete, alleen ontwaken.
Er is geen straf, alleen herkenning: “Ik ben nooit afgescheiden geweest.”
De uitnodiging van mededogen:
Wanneer wij naar iemand kijken die het leven niet langer kon dragen, is de uitnodiging niet om te oordelen, maar om aanwezig te zijn.
Aanwezig bij hun pijn, bij onze eigen pijn, bij het mysterie van het bestaan dat zich door alles heen beweegt.
Waar oordeel is, is het ego nog aan het woord.
Waar stilte is, spreekt Liefde.
Mededogen is geen handeling van het denken, maar een natuurlijke geur van het hart wanneer het in rust is.
De genade van het Nu:
Jezus toonde dat er geen zonde is die afgesneden kan worden van God, want niets bestaat buiten God.
Hij stierf niet om ons van schuld te bevrijden, maar om ons te tonen dat schuld nooit echt heeft bestaan.
Dat het enige wat werkelijk is, het Nu is — en dat in dit moment alles al vergeven, al geheeld, al heel is.
Zelfmoord is geen misdaad tegen het leven, want het Leven zelf kan niet worden gedood.
Wat wij “leven” noemen is slechts een golf op de oceaan van Zijn — en geen golf kan ooit verloren gaan.
Wanneer we dit beseffen, ontstaat er een diepe rust.
We hoeven niet te veroordelen, niet te verklaren, niet te begrijpen.
Alleen stil te zijn, en te weten:
Wat wij zijn, is eeuwig en onaantastbaar.