zaterdag 29 november 2025

HOOFDSTUK 216-IN HET HART VAN DIE ENE BESTAAT GEEN AFSTAND

Hoofdstuk 216

Ik ben


Voor God is iedereen gelijk.

Niet omdat wij gelijk leven,

maar omdat Hij niet wéét hoe onderscheid voelt.

Het goddelijke kent geen lijnen tussen licht en schaduw,

geen meetlat voor goed of kwaad,

geen rekenschap van onze misstappen.

Het ziet slechts het éne:

de vonk die nooit dooft.


En toch fluistert de mens zichzelf graag verhalen toe

over trappen naar de hemel,

over deugd die heilig maakt,

over een God die dichterbij komt

naarmate wij “beter” worden.

Maar dat is een misverstand —

een spiegel die wij zelf optillen

en verwarren met de werkelijkheid.


God komt nooit dichterbij.

Hij wás nooit ver.

Hij is het stille midden,

het ademen vóór iedere adem,

de bron die ons draagt nog vóór wij leren staan.


Het is niet God die terugdeinst

als wij falen, struikelen, verdwalen.

Het is ons bewustzijn dat bewolkt raakt,

onze blik die zich sluit als een hand om pijn.

Maar de zon blijft schijnen,

zelfs als wij onze ogen niet openen.


Wanneer een mens leeft vanuit liefde,

niet als plicht maar als natuurlijke stroom,

wanneer hij het algemeen belang dient

niet vanuit angst maar vanuit helderheid,

dan stijgt hij niet op een ladder naar God —

dan wordt hij transparanter

voor het licht dat er altijd al was.


Hoe hoger ons bewustzijn,

hoe meer de sluier dun wordt,

hoe meer de bron zichtbaar wordt

als een innerlijk landschap zonder horizon.

Niet omdat wij “beter” zijn,

maar omdat wij minder bedekt zijn.


Opgroeien in bewustzijn

is niet groeien in waarde,

maar ontwaken in aanwezigheid.


Overgave is het openen van de hand,

het toelaten van het licht dat nooit weigerde te schijnen.

Dan zien we:

er is geen afstand,

geen oordeel,

geen hiërarchie van zielen.


Er is alleen de ene stroom

waarin wij allemaal drijven,

de bron waarin alles ontspringt,

en het licht dat iedereen

zonder voorkeur

zonder voorbehoud

zonder voorwaarden

omhelst.





maandag 24 november 2025

HOOFDSTUK 215-WEES HET ADEMLOZE LICHT: EEN BESCHOUWING OVER ONTWAKEN

 Hoofdstuk 215

Door Kees Schilder

Ik ben

Ontwaken begint als een zacht ritselen achter het gordijn van het bestaan, wanneer de schaduwen van het zelfbeeld oplossen als ochtendmist. Wat wij verliezen is niets dat ooit werkelijk was; wat verschijnt is een heldere leegte die tegelijk vol is — een herinnering dat we nooit afgescheiden sliepen, maar slechts droomden dat we iemand waren. In dat ontwaken ligt een teder weten verscholen: wij zijn de ruimte waarin de wereld zichzelf droomt.

Toch ontbrandt in de eerste ogenblikken een vurige drang. De ziel, pas bevrijd, wil roepen dat er niets te vinden valt, omdat alles al gevonden is. Maar woorden krimpen zodra ze het oneindige aanraken; de waarheid breekt in fragmenten zodra ze wordt uitgesproken. Licht is onzichtbaar in zichzelf — pas in de weerkaatsing wordt het herkenning. Zo kan ook inzicht niet worden doorgegeven; het kan slechts door een lichaam heen ademen.

Daarom vraagt het pad om stilte. Niet de stilte van verbergen, maar de stilte van eerbied. Directe ervaring is te groot voor een mond, te grenzeloos voor een methode. Elke ziel kent haar eigen klimaat van ontwaken: sommige bloeien in het felle licht, andere pas in regen die zacht door de scheuren sijpelt. Niemand kan de oceaan schenken; men kan slechts oceaan zijn, en anderen hun eigen oever laten vinden.

Met dit nieuwe zicht wordt de wereld doorzichtig. Je ziet de zachte gevangenschap van anderen, de droomlagen waarin zij zichzelf zoeken. De impuls om hen te bevrijden is sterk, maar waarheid die te vroeg wordt aangereikt verblindt als zonlicht op de ogen van een pasgeborene. Zoals een vlinder haar vleugels vormt door de strijd in haar cocon, zo vormt de ziel haar vrijheid door haar eigen worsteling. Lijden wordt dan geen vijand, maar een innerlijke smid.

Wanneer de vormen uiteenvallen in leegte, blijkt leegte geen gat maar een bron. “Ik besta niet” klinkt als een grafsteen voor het ego, maar is in werkelijkheid de geboorte van een ruimer Zelf — een rivier zonder oevers, een adem zonder eigenaar. Alles stroomt en niets klampt zich vast; het leven wordt een dans van verdwijnen en verschijnen in dezelfde beweging.

Moreel besef verschuift dan van bevel naar melodie. Goedheid wordt geen plicht maar resonantie, een vanzelfsprekende harmonie van het hart. De ontwakende mens beweegt door het dagelijkse : de wachtrij, de rekening, een lach om een kleine grap , en in dat gewone zingt het oneindige mee. Gewoonheid wordt de meest geheime vorm van het goddelijke.

Stilte wordt de ware leraar. Eén aanwezigheid die werkelijk aanwezig is, kan de fundamenten van een leven verschuiven. Woorden verstillen, maar iets in jou spreekt zonder geluid. Ontwaken heeft geen richting; het is, zoals de wind die niet loopt maar toch beweegt. Hoe meer je laat vallen, hoe meer het je draagt.

Zo wordt inzicht een vlam die behoed moet worden , niet als bezit, maar als kwetsbare helderheid. Trots en discussies zijn slechts windvlagen die het doven. Het laatste masker van het ego is de stem die fluistert: “ik ben verlicht.” Maar authenticiteit heeft geen behoefte aan aankondiging; zij straalt zonder naam.

De wereld ontwaakt niet door overtuigingen, maar door een mens die kalm blijft te midden van stormen, die zacht is in harde tijden, die lacht wanneer het leven breekt. Dit is de stille omwenteling die rimpels trekt door het bestaan.

En uiteindelijk blijft alleen de eenvoudigste waarheid over: deel het ontwaken niet , belichaam het. Laat je aanwezigheid een spiegel zijn waarin anderen hun eigen straling herkennen. Want niemand ontwaakt als iemand; ontwaken is wat we altijd al waren, het naamloze licht dat zichzelf herinnert in de vorm van een mens.

vrijdag 21 november 2025

HOOFDSTUK 214-HET TIJDLOZE NU

 

Hoofdstuk 214

Door Kees Schilder

Het Tijdloze Nu – Een Poëtisch Essay

Ik ben


Tijd stroomt door onze wereld als een rivier die nooit rust.

Zij tilt dagen op als bladeren en voert ze weg,

zij fluistert in de rimpels van ons gezicht

en tekent verhalen in het stof van onze herinneringen.


Maar te midden van deze eeuwige stroom

ligt een stille poel,

een lichtende openheid die nooit beweegt:

het Nu.

Niet als een moment tussen twee anderen,

maar als een oneindige ruimte

waar niets komt en niets gaat,

waar alleen Aanwezigheid is.


Wij denken vaak dat het heden is wat er gebeurt;

een regenbui, een stem, een gedachte die voorbijschiet.

Maar gebeurtenissen zijn als wolken:

vormloos in hun kern,

altijd in overgang.

Het Nu is niet de wolk,

maar de hemel die haar draagt.

Het is niet de golf die breekt,

maar de oceaan die haar mogelijk maakt.


Wie het heden zoekt in wat verandert,

zal het nooit vinden.

Maar wie stil wordt in de ruimte eronder,

ontdekt dat het al die tijd

aan zijn eigen voeten lag te wachten.


Wij, reizigers van de geest,

hebben geleerd het nu te wantrouwen.

We geloven dat geluk elders huist,

in het volgende uur, de volgende mijlpaal,

het volgende “beter” dat altijd net buiten bereik ligt.


En dus rennen we,

in cirkels om een illusie heen,

als pelgrims naar een tempel

die nooit gebouwd zal worden.

Wanneer de toekomst aankomt,

dooft zij onmiddellijk haar eigen belofte;

want zij verandert in het Nu,

en het Nu wordt door velen niet gehoord.


Zo leven we in een morgen die nooit verschijnt.

De toekomst blijft een horizon,

altijd één stap verder,

altijd een optisch verschijnsel, een mirage

in het woestijnzand van onze gedachten.


Het verleden is een spook,

het beweegt alleen wanneer wij het oproepen.

De toekomst is een droom,

een zacht kloppen aan een deur die niet bestaat.

Alleen het heden is een lichaam,

warm, ademend, tastbaar.

Het draagt de hele wereld

in één enkele heartbeat.

Wie werkelijk luistert,

hoort dat het leven alleen hier fluistert;

nooit toen, nooit straks.


Jongeren kijken vooruit,

met ogen vol mogelijkheid.

Ouderen kijken terug,

met harten vol herinnering.

Maar zowel de hoop als de nostalgie

zijn slechts projecties op dezelfde muur.


We staan allemaal in dezelfde kamer:

dit ene moment.

Hier, waar niets verloren kan gaan;

want alles verschijnt in dezelfde

onverplaatsbare 


Zovelen voeren een stille oorlog met het heden.

“Ik zou liever daar zijn,” fluistert de geest.

“Ik zou liever dat doen, die ontmoeten, dat beleven.”

Maar elke ontkenning van het moment

is een ontkenning van het leven zelf,

dat altijd te nederig is om zich op te dringen

en altijd te geduldig om weg te gaan.


Er bestaat een simpelere uitnodiging,

zacht genoeg om te worden gemist:

Wees hier.

Wees nu.

Wees.


Het heden is geen object.

Je kunt het niet vasthouden.

Je kunt het niet zien.

Maar je kunt erin rusten,

zoals een vogel rust op de wind

zonder te weten hoe de lucht haar draagt.


Het is de ruimte waar alle vormen opduiken;

de geboorte van een gedachte,

de dood van een zin,

de opkomst van een emotie,

de smeltende stilte erachter.

Het Nu is de open hand

waarin alles wordt gelegd

en waaruit alles weer verdwijnt

zonder een enkel spoor achter te laten.


Jij Bent het Nu

Wanneer denken verstilt,

wanneer verwachtingen wegvallen

en herinneringen oplost als mist,

blijft er iets achter

dat nooit begon en nooit zal ophouden.


Een stille aanwezigheid.

Een helder weten.

Een zachte, grenzeloze “ik ben.”


Dit is het Nu.

En het wonder is:

het is niet iets buiten jou.

Het is jouw eigen wezen.

De tijdloze kern

die wachtte tot jij haar herkende.


leven opent zich alleen in het heden,

zoals een bloem alleen opent in zonlicht.

Wie het Nu omarmt,

omarmt zichzelf.

Wie de illusie van tijd doorziet,

wordt transparant voor het eeuwige.


In deze eenvoudige aanwezigheid

eindigt elke zoektocht.

Wordt elke vraag stil.

En begint het leven eindelijk

aan zichzelf.


donderdag 20 november 2025

HOOFDSTUK 213: DE HILL

Hoofdstuk 213: De Hill

Door Kees Schilder


Ik ben

Ik beland op een "plek" ( staat van bewustzijn) op “de Hill” . Niet een echte fysieke heuvel, maar als een metafoor of een innerlijke plek waar niet-sprekend autistische mensen elkaar kunnen vinden en met elkaar kunnen communiceren.

Het gaat om autisten van wie vaak wordt aangenomen dat ze “niet aanwezig” zijn of niet veel begrijpen, terwijl ze innerlijk juist heel bewust kunnen zijn. In die gedachtewereld is “de Hill” een soort gezamenlijke ruimte waar hun innerlijke ervaringen elkaar raken.

Voor de duidelijkheid: op de Hill komen dus autistische of anderzijds "geestelijk gehandicapte mensen, vooral jongeren, die net als jij en ik nog gewoon op aarde leven maar de gave hebben met elkaar op , zeg maar, telepathisch niveau te communiceren. Daarom creëerden ze een plek die ze dus de Hill noemen.

Ik zie die plek of hill als een energetische of frequentieruimte.Een plek die niet van steen of aarde is, maar van gevoel, bewustzijn, trillingen of frequenties.

Net zoals radio’s op dezelfde frequentie elkaar kunnen “horen”, zo vinden deze mensen elkaar op de Hill.

Een heuveltop waar het lawaai van de buitenwereld minder wordt.

Het symboliseert afstand en overzicht:

Bovenop de Hill kun je helderder zijn, je eigen gedachten horen en anderen ook.. Een plek die met verbinding te maken heeft

Zoals bomen onder de grond via hun wortels informatie uitwisselen , zo communiceren de mensen daar: stil, woordloos, intuïtief. Gedeelde kennis zonder dat iemand hoeft te spreken.

Je kunt je voorstellen dat iedereen een stukje van de weg naar de top draagt.

Als ze elkaar daar ontmoeten, delen ze hun ervaringen, inzichten en “taal” die niet door woorden gaat.

Als ik op de hill "arriveer"  voelt dat als licht, overzichtelijk, helder

Een ruimte waar men ziche eindelijk begrepen voelt.

Een veilige, stille plek

een gebied waar communicatie niet stopt bij taal

Het is dus vooral een innerlijk landschap, een plek van verbinding, begrip en stilte die gedeeld wordt door mensen die zich in het dagelijks leven vaak niet gehoord voelen.

Stel je voor dat je langzaam een helling op loopt.

De lucht wordt lichter, niet qua kleur, maar qua gevoel — alsof er minder ruis is, minder drukte, minder verwachtingen.

Bovenop de heuvel bevindt zich geen gebouw, geen pad, geen grens.

Het is een open, zachte, licht glooiende top waar het gras heel fijn is, bijna fluisterend, en waar elke grasspriet een eigen trilling lijkt te hebben.

De lucht is helder en beweegt in golven zoals warmtezindering:

dit is de frequentie waar ze het over hebben.

Hier praat niemand met woorden.

Communicatie voelt als kleuren die in de lucht verschijnen, of als zachte golfjes die van de ene persoon naar de andere rollen.

Sommige mensen zitten, anderen staan of bewegen klein en ritmisch.

Niemand kijkt je direct aan, maar iedereen merkt dat je er bent.

Er is een gevoel alsof elke persoon hier omhuld is door een transparante, lichtgevende cocon — niet om zich af te sluiten, maar juist om zich te laten zien zonder dat het kwetsbaar wordt.

De Hill voelt voor mij:

Stil zonder leeg te zijn

Vol zonder druk te zijn

Open zonder overweldigend te zijn

Verbindend zonder dat iemand iets hoeft uit te leggen 

Ik zal nu een weergave proberen te  geven van hoe ik in "gesprek" raakte met enkele mensen daar. Dit is UITERAARD niet in gesproken taal.

Het is weergegeven als woorden, maar het staat symbool voor gevoelsgolven, beelden, indrukken, energie of innerlijke zinnen die uitgewisseld worden. Ik zeg er bij, het is het overbrengen in woorden dus wat ik schrijf dekt niet de lading.

Het gesprek begint zodra ik arriveer.

Een meisje dat zich Roxie noemt groet me en zegt:

“Ik voel dat je kijkt zonder te duwen.” 

Het lijkt of er een zilverblauwe golf mijn richting op komt.

Dan spreekt een jongen die zich Max noemt mij aan , en ik voel warmte en groen, als mos) Hij zegt:

“Nieuw. Niet storend. Vraagt.” ( vertaling:j jij denkt of voelt: nieuwsgierig, respectvol, misschien een beetje voorzichtig)

Ik antwoord: “Ik probeer te begrijpen. Mag ik dichtbij komen?”

ROXIE: (Een lichte trilling, als zon door bladeren)

“Naderen mag. Je komt niet om te nemen.”

MAX: (Een pulserende kring die zich uitbreidt)

“Je wilt weten hoe wij verbinding maken.”

IK:“Ja. Hoe spreek je hier? Hoe weet je wat de ander bedoelt?”

ROXIE (Zilveren lijnen verbinden ons drieën) “We horen de binnenkant. De echte laag, zonder het geluid ertussen.”

MAX:(Een diepe, rustige golf) “Woorden zijn voor buiten. Hier zijn we onder de grond, zoals de wortels.”

IK:“En wat leren jullie van elkaar?”

ROXIE :(Een kleine sprankeling langs de grond, alsof informatie door wortels vloeit) “Rust. Patronen. Hoe dicht bij jezelf te blijven.”

MAX:(Een warme golf die mij raakt, zacht maar duidelijk)

“En dat wij niet leeg zijn van binnen. Nooit geweest.”

IK :“En dat ik hier ben… verandert dat iets?”

ROXIE:(Een lichte gloed) “Je ziet ons. ECHT. Dat is zeldzaam.Daarom noemen we je KAT."

IK: Kat? Waarom?

MAX: "Daarom! (Een uitnodigende beweging, alsof hij plaats maakt in de cirkel)

“Blijf even. Je trilling past.”

Ik blijf nog even waarna ik vertrek. Ik beloofde terug te komen.

Wat ik hiervan leerde was onbeschrijflijk en de ervaring, adembenemend .

De Hill is  communicatie  via gevoel, energie, beelden, ritme, resonantie.

Begrip komt niet door taal, maar door aanwezigheid zonder verwachting.

Het “gesprek” is zacht, direct en eerlijk,  maar nooit opdringerig.

Wat ik hiervan leerde was onbeschrijflijk, en van grote schoonheid. De ervaring zelf, was adembenemend.





zaterdag 15 november 2025

HOOFDSTUK 211-KORTE BESCHOUWING OVER LEREN EN ONDERSCHEIDEN

Hoofdstuk 211

Door Kees Schilder


Ik ben

Leren is het spel van vallen en opstaan—het zachte ritme waarin inzicht zich ontvouwt. Er zijn geen vaste regels, alleen het luisteren naar wat het moment vraagt. Elke misstap is een voetstap richting helderheid.

Emoties komen en gaan als golven. Werkelijke empathie is meedeinen zonder te verdrinken: het herkennen van wat waar is, en het doorzien van wat slechts ruis is. Zo wordt het hart een stille lezer van menselijke diepte.

Het zelf blijkt een verschuivend masker, gevormd door  tijd en verwachting. Wie voorbij dit masker kijkt, ontmoet de ander werkelijk. Waarheid wordt dan geen wapen, maar een zorgvuldig aangeboden geschenk—eerlijk, maar afgestemd op het vermogen van de ander om het te dragen.

Het leven nodigt steeds opnieuw uit tot verwondering, maar opvoeding en overtuigingen sluiten vaak de deur. Toch blijft de roep van het onbekende: onderzoek, laat los, kijk opnieuw. Dramatiek en slachtofferschap lossen op wanneer eerlijkheid de plaats van gewoonte inneemt.

Alles in het bestaan beweegt: relaties, verlies, geboorte, vorm. Wie leert meebewegen, ontdekt een diepe vrede die niet afhankelijk is van omstandigheden. Loslaten wordt geen verlies, maar een doorgang.

En onder al dit komen en gaan ligt het stille fundament van bewustzijn, het eenvoudige ‘ik ben’ dat er altijd al was. Meditatie is niets meer dan terugkeren naar deze openheid, waar het zelf oplost en alleen aanwezigheid overblijft.

In die eenvoud wordt het leven helder. Betekenis hoeft niet verzonnen te worden; ze verschijnt vanzelf wanneer de geest stil wordt. Dan wordt onderscheidingsvermogen geen inspanning, maar een natuurlijk licht waarmee het pad zich toont.



woensdag 12 november 2025

HOOFDSTUK 210- EEN KORTE SPIRITUELE BESCHOUWING

HOOFDSTJK 210

Een korte spirituele beschouwing

IK BEN

Wie diep in de stilte van het bestaan kijkt, ontdekt een waarheid die eenvoudiger is dan woorden kunnen bevatten: er is geen scheiding. Wat wij “één” noemen, is niet een getal of een grens, maar de levende werkelijkheid die alles doordringt.

Eén is – alles.

Het Ene, de bron van alle dingen, is niet ergens ver weg te vinden. Het is aanwezig in elke ademhaling, in elk lichtdeeltje, in elke trilling van bewustzijn. Alles wat verschijnt — vreugde, verdriet, geboorte, verval — is een uitdrukking van diezelfde oerkracht. Niets bestaat los daarvan.

Alles is – één.

Wanneer de blik omkeert, zien we dat de veelheid van vormen slechts schaduwen zijn van één wezenlijke werkelijkheid. De rivier, de wolk, het lichaam, de gedachte — allemaal dragen zij het stempel van dezelfde eenheid. Het verschil is slechts schijn, zoals golven die elkaar raken maar nooit de oceaan verlaten.

Wanneer dit inzicht werkelijk indaalt, lossen zorgen vanzelf op. Niet omdat het leven ophoudt uitdagingen te brengen, maar omdat de ‘ik’ die zich afscheidt van het geheel niet langer geloofd wordt. Wat overblijft is een stille helderheid: een vertrouwen dat alles al vervuld is, precies zoals het is.

De geest rust in het Ene, en het Ene leeft in alles. In dat zien verdwijnt het zoeken. Wat resteert is vrede — niet als emotie, maar als het natuurlijke zijn van het geheel.




zaterdag 8 november 2025

HOOFDSTUK 209-VAN LIJDEN NAAR ONTWAKEN

Hoofdstuk 209

(Kleine reminder)

IK BEN

Van Lijden naar Ontwaken — een stille reis naar binnen


Er komt een dag waarop het leven je stilzet.

Niet zachtjes, maar met de rauwe stem van verlies, verwarring of pijn.

Wat je dacht te weten, valt uiteen als stof in het licht.

En ergens, diep in dat vallen, begint iets nieuws te ademen: stilte.


Het lijden lijkt in eerste instantie een vijand —

een koude wind die alles van je afpelt.

Maar als je niet vlucht,

als je durft te blijven in de storm,

ontdek je iets heiligs onder de pijn:

een ruimte die nooit echt geraakt wordt.

Dat is de geboorte van aanwezigheid.


We lijden omdat we ons verzetten tegen wat is.

We bouwen muren van gedachten,

we verdedigen beelden van wie we denken te zijn.

Maar het leven breekt zachtjes aan onze muren —

niet om ons te straffen,

maar om ons terug te roepen naar de eenvoud van het nu.


De pijn zegt: “Kijk.”

Niet naar buiten, maar naar binnen.

In dat kijken, zonder oordeel, zonder verhaal,

word je getuige van je eigen bewustzijn.

En precies daar,

waar het denken geen greep meer heeft,

ontstaat vrede — niet als idee,

maar als een stille aanwezigheid die al die tijd wachtte.


Ontwaken is niet het einde van het mens-zijn,

het is het begin van echt leven.

Je wordt doorzichtig,

zodat het licht van het Zijn door je heen kan schijnen.

De wereld blijft bewegen,

de golven van vreugde en verdriet blijven komen,

maar de diepte in jou blijft onbeweeglijk stil.


In die stilte ontdek je dat niets ontbreekt.

Dat elke gebeurtenis, hoe pijnlijk ook,

een poort is naar het goddelijke.

Het lijden was nooit de vijand —

het was de boodschapper van bewustzijn,

de roep van het leven zelf om wakker te worden.


Wanneer we stoppen met vechten,

wanneer we ja zeggen tegen het moment,

vloeit er iets zachts door ons heen —

een herinnering aan wie we werkelijk zijn.


Niet het verhaal, niet het verleden,

maar de stille ruimte waarin alles komt en gaat.

In die ruimte lost het lijden op

zoals mist oplost in de ochtendzon.


En we staan daar,

naakt en levend,

niet als overwinnaar van de pijn,

maar als getuige van het wonder:

dat zelfs in het diepste donker

het licht van bewustzijn nooit dooft.


Van lijden naar ontwaken

is geen reis door tijd,

maar een terugkeer naar nu —

waar vrede niet gezocht, maar herkend wordt

maandag 3 november 2025

HOOFDSTUK 208-DE GEEST EN ZIJN BEHOEFTE OM TE VERDELEN/OORDELEN

Hoofdstuk 208

Door Kees Schilder

IK BEN

De geest leeft van onderscheid. Hij voelt zich veilig wanneer hij kan benoemen, classificeren en oordelen. Zodra hij iets in een categorie heeft geplaatst — goed of slecht, juist of fout, ik of jij — lijkt er orde te zijn. In die orde vindt de geest zijn schijnbare rust.

Maar dit is geen werkelijke rust, slechts een tijdelijke geruststelling. Het is de rust van iemand die voortdurend muren bouwt om zichzelf te beschermen, niet de vrede van iemand die niets meer te verdedigen heeft.

Wanneer je besluit niet te oordelen, wanneer je zegt: “Ik ga niets zeggen, ik ga alleen aanwezig zijn”, dan verliest de geest zijn houvast. Hij weet niet wat hij met stilte moet doen, want stilte is zijn einde.

De geest ervaart dat als sterven. En op een bepaalde manier ís dat ook zo — het sterven van de identificatie met denken. Wat overblijft is niet de dood, maar het begin van echt leven: de aanwezigheid die altijd al daar was, verborgen achter het lawaai van het denken.

Het ontwaken uit de verdeling

Wanneer je de neiging van de geest om te verdelen begint te zien, zonder ertegen te vechten, ontstaat er iets nieuws. Er komt een opening — een stille ruimte van bewustzijn. In die ruimte is geen oordeel nodig. Alles wat verschijnt, mag er zijn.

Dit is de dimensie van Zijn, de toestand waarin je niet langer gevangen bent in de polariteit van de geest. Je herkent jezelf niet meer als de denker, maar als het bewustzijn dat de gedachten waarneemt. 

Daar, in dat stille waarnemen, eindigt de angst van de geest. Wat eerst voelde als sterven, blijkt ontwaken te zijn.






HOOFDSTUK 249: IS ER COMMUNICATIE MOGELIJK TUSSEN DE ZIEL EN DE PERSOONLIJKHEID

HOOFDSTUK 249 IK BEN De vraag of communicatie tussen ziel en persoonlijkheid mogelijk is, raakt aan een oud en diep spiritueel spanningsveld...