Hoofdstuk 231
Door Kees Schilder
Ik ben
In een wereld die voortdurend spreekt, denkt en interpreteert, is stilte een zeldzame ervaring geworden. Toch is het juist in die stilte dat de essentie van het zelf zich openbaart. Wanneer we kijken naar iemand die niet aan het denken is—een moment van pure aanwezigheid—zien we meer dan een lichaam of een persoonlijkheid. We ontmoeten een veld van bewustzijn dat niet gebonden is aan woorden, vormen of verhalen. Dit bewustzijn is onzichtbaar voor het oog, maar onmiddellijk herkenbaar voor wie zelf even stil durft te worden.
Dit diepere bewustzijn is geen object dat waargenomen kan worden; het is datgene waarmee waargenomen wordt. Het is de stille achtergrond waartegen gedachten komen en gaan, zoals wolken langs een open hemel drijven. Meestal zijn we zo geïdentificeerd met deze wolken door onze meningen, angsten, herinneringen en plannen, dat we vergeten dat we zelf de hemel zijn waarin zij verschijnen. Stilte nodigt ons uit om die identificatie los te laten en te rusten in wat altijd al aanwezig was.
Wanneer de denkende geest tot rust komt, verdwijnt het ego niet met geweld, maar lost het op door gebrek aan aandacht. Het ego leeft immers van verhalen: wie ik was, wie ik zou moeten zijn, hoe anderen mij zien. In stilte is er geen verhaal nodig. Daar is alleen zijn. Deze staat van zijn is niet leeg of afwezig, maar juist vol, levend en helder. Het is een bewustzijn dat geen bevestiging zoekt en niets hoeft te bereiken. Het is compleet in zichzelf.
Deze stilte is geen ontsnapping aan het leven, maar een intiemere ontmoeting ermee. Vanuit bewustzijn ontstaat een andere manier van kijken: minder oordelend, minder verdeeld. Wanneer we iemand ontmoeten vanuit deze innerlijke ruimte, ontmoeten we niet alleen de ander, maar ook onszelf. Er ontstaat een stille herkenning, alsof twee spiegels elkaar aankijken en hetzelfde licht weerspiegelen. In dat moment valt de scheiding tussen ‘ik’ en ‘jij’ even weg.
Het ware zelf is niet iets wat we moeten worden; het is wat we al zijn wanneer we stoppen met zoeken. Het is aanwezig in de pauze tussen twee gedachten, in de ademhaling die vanzelf gaat, in het eenvoudige besef: ik ben. Dit besef is voorafgaand aan elke identiteit en elke rol. Het vraagt geen inspanning, alleen ontvankelijkheid.
Bewustzijn en stilte herinneren ons eraan dat vrede niet iets is dat van buitenaf verkregen hoeft te worden. Zij ligt verscholen onder de lagen van mentale activiteit, altijd beschikbaar. Door regelmatig ruimte te maken voor stilte, niet als techniek, maar als houding, leren we opnieuw te luisteren naar dat wat geen woorden nodig heeft. En misschien ontdekken we dan dat we nooit echt verloren zijn geweest, alleen even vergeten waar ons ware thuis is.
In die herinnering ligt een zachte, maar diepe vrijheid: de vrijheid om te zijn wie we in essentie altijd al waren; stil, bewust en volledig aanwezig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten