Hoofdstuk 238
Ik ben
Soms vraagt iemand mij waarom ik columns schrijf over het gewone leven van alledag , over vergeten boodschappen, ongemakkelijke stiltes op verjaardagen, een chagrijnige bui in de file, of zelfs over mijn eigen ironie en lichte cynisme , terwijl ik óók schrijf over verlichting, hoger bewustzijn en het ego. Alsof die twee werelden elkaar zouden tegenspreken. Alsof spiritualiteit alleen mag bestaan in een sfeer van wierook en gewijde ernst, en niet tussen afwasborstels en belastingformulieren.
Die vraag raakt aan een diep misverstand: het idee dat spiritualiteit zich boven het leven verheft, in plaats van er middenin te staan.
Het gewone leven is geen tegenhanger van het heilige.Wanneer we spreken over verlichting of hoger bewustzijn, ontstaat al snel het beeld van een staat die “hoger” is dan het dagelijkse bestaan. Alsof er een trap is: beneden het gewone leven, bovenaan het spirituele. Maar wie werkelijk onderzoekt wat bewustzijn is, ontdekt dat er geen boven of beneden bestaat. Er is alleen wat is. Het is één veld. Eén werkelijkheid. Eén beweging. Oftewel: "zo boven, zo beneden"
De afwas en de extase zijn niet twee verschillende werkelijkheden. Ze verschijnen in hetzelfde bewustzijn. De ironische column en de mystieke blogpost komen voort uit dezelfde bron. Het is niet zo dat ik op maandag spiritueel ben en op dinsdag menselijk. Het menselijke ís de uitdrukking van het bewustzijn.
Werken aan hoger bewustzijn is geen ontsnapping:
Wanneer iemand zegt: “Maar jij werkt toch aan een hoger bewustzijn?”, hoor ik vaak een onderliggende aanname: dat dit betekent dat ik mij zou moeten terugtrekken uit het alledaagse. Minder grapjes. Minder cynisme. Minder bemoeienis met ‘lage’ dingen.
Maar werken aan bewustzijn is geen ontsnapping uit het leven. Het is een verdieping ín het leven.
Het betekent niet dat het ego plotseling verdwijnt en ik alleen nog maar in licht en liefde spreek. Het betekent dat ik het ego zie terwijl het spreekt. Dat ik mijn ironie herken als spel. Dat ik mijn cynisme kan waarnemen zonder erin te verdrinken.
Bewustzijn maakt niets ongedaan. Het maakt alles doorzichtig.
Eén zijn betekent niets uitsluiten. Als alles één is, dan is er niets dat buiten dat Ene valt. Geen frustratie. Geen sarcasme. Geen alledaagse banaliteit. Het idee dat bepaalde activiteiten “niet spiritueel” zouden zijn, is zelf een gedachte binnen datzelfde bewustzijn.
Juist door het gewone leven volledig toe te laten , met al zijn licht en schaduw , wordt eenheid tastbaar. Wanneer ik schrijf over een mislukte dag, een ongemakkelijk gesprek of mijn eigen kleinzieligheid, dan is dat geen terugval uit spiritualiteit. Het is spiritualiteit in actie.
Want wat is verlichting anders dan helder zien wat er is?
Ironie als vorm van bewustzijn
Ironie en zelfs een vleugje cynisme kunnen ook een functie hebben. Ze kunnen het opgeblazen ego ontmaskeren. Ze kunnen lucht brengen in situaties waarin mensen zichzelf of hun ideeën te serieus nemen. Soms is een glimlach spiritueler dan een preek.
Het leven is paradoxaal. Het is rauw en verfijnd tegelijk. Het is verheven en banaal in één adem. Door beide te beschrijven, eer ik het geheel.
Het pad zonder afscheiding:
De gedachte dat iemand die “werkt aan hoger bewustzijn” zich alleen nog met verheven onderwerpen zou mogen bezighouden, komt voort uit een dualistische kijk: hier het aardse, daar het goddelijke. Maar wanneer die scheiding wegvalt, wordt alles doordrenkt van hetzelfde licht.
De supermarkt is niet minder heilig dan de meditatiekussen. De file is niet minder leerzaam dan een retraite. Een scherpe column kan net zo ontwakend zijn als een spirituele verhandeling.
Misschien schrijf ik juist over het gewone leven omdat ik heb ontdekt dat er niets gewoner is dan het wonder van bestaan zelf.
En misschien is dát wel de kern: spiritualiteit is geen aparte categorie van het leven. Het is het besef dat er nooit iets buiten het leven heeft gestaan.
Ik schrijf dus niet ondanks mijn zoektocht naar hoger bewustzijn over alledaagse dingen.
Ik schrijf er juist daarom over.
Omdat alles één is.
En het Ene zich net zo graag uitdrukt in een ironische column als in een beschouwing over verlichting.