HOOFDSTUK 199
Door Kees Schilder
Fascinerend.Velen, zo niet allen, proberen te domineren.
Niet alleen politici of zakenmensen — nee, zelfs bij het ontbijt, in het kleinste gezin.
De ene zegt: “Je roert de koffie verkeerd,” en de ander: “Ja, maar jij roert altijd te luid.”
Zo begint de wereldgeschiedenis van het ego, opnieuw, in je keuken.
Het ego wil altijd winnen, subtiel of luidruchtig.
Het probeert niet per se rijk te zijn of beroemd — soms wil het gewoon het laatste woord.
En als het dat niet krijgt, voelt het zich diep beledigd, alsof het universum persoonlijk tegen hem is.
Maar het universum is niet tegen je.
Het universum weet niet eens wie “jij” bent.Dat is goed nieuws.
Velen proberen dus te te domineren.
Dat klinkt misschien somber, maar het is eigenlijk verhelderend.
Als je dat eenmaal ziet, kun je ontspannen.
Je weet: Ach, daar gaat iemand weer, bezig met zijn favoriete hobby — domineren.
Je hoeft niet meer mee te doen.
Je hoeft niet te zeggen: “Ik zal hen leren dat ze niet moeten domineren.”
Want dat is natuurlijk... domineren over dominantie.
Het ego is zeer creatief.
De strijd in de wereld komt niet omdat anderen proberen te domineren — dat doen ze al sinds het begin der tijden — maar omdat jij probeert te reageren vanuit hetzelfde bewustzijnsniveau.
Je maakt het persoonlijk.
Maar niets is persoonlijk.
Zelfs het ego niet.
Op een dag word je moe van het drama.
Je merkt dat je niet meer wilt meedoen aan de eindeloze toneelvoorstelling van wie er gelijk heeft.
Je zegt innerlijk: “Ik val eruit.”
En dat kleine besluit opent een enorme ruimte.
Plotseling wordt het stil.
De ander kan nog steeds proberen te domineren — dat is hun vrijheid, hun levenspad, hun karma — maar jij bent niet langer in de arena.
Je zit op de tribune van het Bewustzijn, glimlachend, met popcorn.
En je denkt: “Aha, zo voelt vrede dus.”
De Humor van het Zijn
Echte verlichting heeft iets grappigs.
Want zodra je ziet hoe het ego functioneert, kun je er niet meer echt boos om worden.
Je kijkt naar je eigen gedachten — “Ik moet gelijk krijgen, ik moet mezelf verdedigen!” —
en ergens diep vanbinnen hoor je een zachte lach.
Die lach komt niet van jou, maar van het Bewustzijn zelf.
Het lacht niet uit spot, maar uit liefde.
Het herkent zichzelf in de menselijke komedie.
En in dat moment verdwijnt de strijd — niet omdat de wereld beter is geworden,
maar omdat jij niet langer verstrikt bent in haar droom.
Wanneer je ophoudt te domineren, kom je niet in zwakte terecht, maar in kracht.
De stille kracht van aanwezigheid.
Het is de kracht die niet probeert te winnen, omdat ze niets te verliezen heeft.
Dan gebeurt er inderdaad “iets heel moois.”
Het leven stroomt zonder weerstand.
Je voelt de eenvoud van Zijn.
En soms, als iemand nog steeds probeert jou te beheersen, glimlach je gewoon en denkt:
“Ach, het ego speelt weer een oud deuntje — maar ik hoef niet mee te dansen.”
En zo ontdek je de ware vrijheid:
niet als een toekomstig ideaal,
maar als het stille besef — nu —
dat je nooit echt in strijd was.
Alleen het ego vocht.
Jij was altijd al de ruimte waarin het vechten plaatsvond.
En die ruimte… heeft nooit iemand gedomineerd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten