Zijn zonder Naam
Er is iets in ons
dat geen vorm heeft,
geen titel,
geen verhaal dat je kunt vasthouden.
Het noemt zichzelf soms ik,
maar dat woord is slechts een golf
die even oplicht
aan het oppervlak van iets oneindig diepers.
Het ik is geen bezit.
Geen kern die je kunt vinden
als je maar diep genoeg graaft.
Het is beweging,
een trilling van herkenning,
een gewoonte van zeggen: dit ben ik.
Maar gevoelens komen en gaan
zoals wolken langs een open hemel.
De hemel zelf beweegt niet.
Zijn is die hemel.
Het stille weten waarin vreugde verschijnt,
waarin angst opkomt en weer verdwijnt,
zonder sporen achter te laten.
Het zijn hoeft niets vast te houden
om aanwezig te blijven.
Gedachten komen als bezoekers.
Ze kloppen niet aan,
ze gaan niet netjes weer weg.
Ze verschijnen, praten tegen zichzelf
en lossen op in stilte.
Toch is er iets dat al die tijd blijft kijken.
Zelfs wanneer het denken zwijgt,
is dat kijken er nog.
Dat is wat jij bent
nog vóór elk verhaal over wie jij denkt te zijn.
Verlichting is geen kroon
die je ooit opgezet krijgt.
Geen moreel eindpunt,
geen perfecte staat zonder barsten.
Het is het moment
waarop het idee van afgescheidenheid
stil uiteenvalt.
Wanneer niemand meer tegenover het leven staat,
maar het leven zichzelf leeft,
ongebroken, ongeknipt.
Het ego wil vasthouden.
Aan emoties,
aan controle,
aan zekerheid.
Het fluistert dat angst persoonlijk is,
dat jaloezie van jou is,
dat verdriet jouw fout is.
Maar emoties zijn oude bewegingen
van lichaam en wereld,
golven van conditionering
die niemand toebehoren.
Wie ze probeert te bezitten,
draagt ze zwaarder dan nodig.
Vrijheid is geen overwinning.
Het is het neerleggen van de strijd.
Niet iets nieuws verkrijgen,
maar stoppen met knijpen.
Wanneer identificatie ontspant,
verdwijnt emotie vanzelf
zoals een echo uitdooft
in een lege ruimte.
Relaties ademen in dit veld.
Er is een natuurlijke behoefte
aan ruimte
en een even natuurlijke honger
naar nabijheid.
Wanneer geen van beide vastgezet wordt,
ontstaat verbinding zonder gevangenis,
alleenheid zonder isolatie.
Maar wie leeft in morgen en later,
mist de open deur van dit moment.
Ook doelen kunnen vluchtroutes zijn.
Zelfs spirituele.
Het najagen van ‘meer’
kan een subtiele weigering zijn
om hier te zijn.
De leegte die we vrezen
blijkt geen afgrond,
maar ruimte.
En in die ruimte
ontstaat handelen zonder duwen,
bewegen zonder verlangen.
Aanwezigheid vraagt geen speciale houding.
Ze is er
tijdens afwassen,
tijdens werken,
tijdens spreken en zwijgen.
Het leven hoeft niet anders te zijn
voordat het mag gebeuren.
Het gebeurt al.
Uitstel is vaak angst vermomd als planning.
Het ego dat denkt
dat controle veiligheid is.
Maar wanneer vertrouwen wordt toegelaten,
valt de druk weg
en ontvouwt de tijd zichzelf.
Volwassenheid is geen hardheid.
Het is de bereidheid
om het leven te laten zijn
zoals het komt ,
met problemen,
met breekbaarheid,
met herstel.
Niet alles hoeft opgelost
voordat het geleefd mag worden.
En zo blijft er iets eenvoudigs over.
Geen groot inzicht,
geen verheven staat.
Alleen dit:
leven dat zichzelf herkent,
zonder naam,
zonder centrum,
volledig aanwezig
in wat nu is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten