Hoofdstuk 250
Door Kees Schilder
Tussen droom en ontwaken: een spirituele beschouwing over bewustzijn en het lichaam
Er bestaat een oud en hardnekkig beeld binnen spirituele tradities: dat van een “zilveren koord”, een subtiele verbinding tussen lichaam en bewustzijn. Niet zozeer als een fysiek object, maar als symbool van verbondenheid, een herinnering dat, hoe ver het innerlijk ook lijkt te reizen, er altijd een anker is dat het terugleidt naar het lichamelijke bestaan.
Maar misschien zegt dit beeld nog meer over onze verwachtingen dan over een objectieve werkelijkheid. Wat we verwachten te zien, vormt immers vaak de taal waarin het onzichtbare zich aan ons toont.
In deze visie is het leven zelf een droomtoestand ,een geconcentreerde ervaring van bewustzijn die zich identificeert met een lichaam, een naam, een verhaal.
Sterven of het lichaam verlaten wordt dan niet gezien als verdwijnen, maar als een omgekeerd ontwaken: een loslaten van die identificatie. Zoals iemand ’s ochtends wakker wordt en zich langzaam realiseert dat de droom niet meer “echt” is, zo zou het bewustzijn,na een uittreding of na sterven, zich kunnen losmaken van het idee dat het uitsluitend het lichaam is. Men vergeet dan snel of langzaam het leven waarin je zat.
Dus;hier ontstaat een intrigerende paradox. Net zoals dromen vervagen zodra we ontwaken, zo zou ook het aardse leven kunnen vervagen zodra het bewustzijn zich losmaakt van het lichaam. Herinnering blijkt geen absolute eigenschap, maar afhankelijk van de staat waarin bewustzijn zich bevindt. Wat we “vergeten” is niet per se verloren, maar simpelweg niet langer toegankelijk vanuit een andere laag van ervaren.
Vanuit dat perspectief krijgt focus een bijzondere betekenis. Niet als krampachtig vasthouden, maar als helderheid van aanwezigheid. In sommige spirituele ideeën wordt gezegd dat het verlaten van het lichaam, bewust of onbewust, vraagt om een zekere stabiliteit van aandacht. Zonder die stabiliteit zou het bewustzijn kunnen afdwalen in diffuse ervaringen, zonder duidelijke oriëntatie op het lichaam. Het beeld van “zwervende zielen” kan dan worden opgevat als een metafoor voor bewustzijn zonder focus: niet verloren in letterlijke zin, maar ongegrond, zonder richting of herkenningspunt.
Toch verschilt deze voorstelling wezenlijk van wat er gebeurt bij een coma na een lichamelijk ernstig ongeluk. Waar het spirituele beeld spreekt over een mogelijk losser wordende verbinding, wijst een coma juist op een toestand waarin het lichaam ,en specifieker de hersenen , niet in staat is om bewustzijn tot uitdrukking te brengen. Het brein is simpelweg niet meer in staat signalen op te vangen en vervolgens te interpreteren. Vanuit een spiritueel standpunt zou men kunnen zeggen dat het bewustzijn nog steeds verbonden is, maar zich bevindt in een diepe, onbewuste laag, vergelijkbaar met een droomloze slaap. Geen verwarring, geen dwalen, maar juist een afwezigheid van ervaring zoals wij die kennen.
Misschien ligt de waarde van deze ideeën niet in hun letterlijke juistheid, maar in wat ze proberen te verwoorden: dat bewustzijn geen statisch gegeven is, maar een spectrum. Tussen volle aanwezigheid en volledige afwezigheid liggen talloze gradaties — van dromen, tot diepe slaap, tot dat mysterieuze grensgebied waarin leven en dood elkaar lijken te raken.
En uiteindelijk blijft de vraag open, zoals dat hoort bij alles wat werkelijk diep is: niet waar het bewustzijn “heengaat”, maar wat het eigenlijk is, en of het ooit werkelijk ergens vandaan komt of naartoe gaat.
Mind you: Er is niet zoiets als een plek buiten je hoofd/lichaam waar bewustzijn heen kan reizen. Bewustzijn IS...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten