HOOFDSTUK 133
Ik las laatst iets van Rudolf Steiner en omdat het Pasen is ,wil ik dit prachtige stuk van Steiner , die best wel abstract schrijft-beduidend korter-duiden:
Volgens Steiner speelt de dood een bijzondere rol in de ontwikkeling van de mens. Als mensen altijd hadden geweten dat de dood eigenlijk het begin van nieuw leven is, dan zouden ze zich nooit los hebben kunnen maken van de spirituele wereld. Ze zouden te afhankelijk zijn gebleven.
Doordat de dood wél verscheen en mensen het gevoel gaf afgescheiden te zijn van de spirituele wereld, leerden ze om zelfstandig te worden — hun “ik” (ego) werd sterker. Maar dat ego werd op een gegeven moment té sterk en dreigde egoïsme te worden: mensen gingen te veel alleen aan zichzelf denken.
Om dat te voorkomen, moest er iets ingrijpends gebeuren dat dat overdreven egoïsme kon stoppen. En volgens Steiner gebeurde dat op het moment dat Christus stierf aan het kruis op Golgotha. Het bloed dat toen vloeide, staat symbool voor het overmatige ego van de mens. Door dat bloedoffer werd er een kracht op gang gebracht die het egoïsme in de mens langzaam kan afzwakken.
Tegelijk met deze gebeurtenis op aarde gebeurde er iets in de spirituele wereld: voor het eerst straalde er licht of kracht uit de aarde naar het heelal. Daarvóór was de aarde steeds donkerder geworden. Maar sinds Golgotha begon de aarde licht uit te stralen — een teken van een nieuwe verbinding tussen de aarde en de geestelijke wereld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten