HOOFDSTUK 161
Door Kees Schilder
In een wereld waarin vorm wordt aangezien voor ZIJN, is het geen verrassing dat miljoenen mensen zich als vanzelf laten leiden naar glanzende symbolen van collectieve betekenis — zoals de Eiffeltoren, of de gezichten van BN’ers op televisieschermen. Maar wat drijft deze zucht naar het bekende, deze automatische beweging naar "wat iedereen doet", "wat iedereen kent"?
Vanuit een hoger bewustzijn perspectief is dit verschijnsel niet vreemd, maar een natuurlijke uiting van een geest die zichzelf vergeten is. De mens, gevangen in het geloof dat hij afgescheiden is van het geheel, zoekt bevestiging buiten zichzelf — in vormen, structuren, iconen en publieke figuren. De Eiffeltoren wordt niet bezocht omwille van haar intrinsieke schoonheid, maar omwille van de projectie die men op haar plaatst: dit is belangrijk, dit moet ik gezien hebben, dit bevestigt dat ik deel ben van de wereld. Evenzo worden bekende Nederlanders bewonderd, niet omdat zij op een wezenlijk niveau meer ‘zijn’ dan anderen, maar omdat zij in het collectieve bewustzijn tot symbool zijn gemaakt. Zij komen op tv, o jee. Zij representeren succes, aandacht, belangrijkheid — de uiterlijke kenmerken van een identiteit die men zelf hoopt te bezitten of minstens even te raken.
De Eiffeltoren is Jij:
Vanuit een hoger bewustzijn perspectief bestaat er geen subject en object, geen ‘ik’ en ‘de wereld’. Alles is Eén Bewustzijn, spelend in vormen. De Eiffeltoren, hoe banaal van staal ook, is een uitdrukking van hetzelfde Zijn dat jij bent. Maar zolang men dit niet herkent, zoekt men betekenis in het object, en vergeet men dat de betekenis enkel ontstaat door de projectie van het subject. De Eiffeltoren is niet indrukwekkend; jouw geest maakt haar indrukwekkend. Niet omdat het een toren is, maar omdat je gelooft -mede omdat dat jou je leven lang is wijsgemaakt-dat je iets mist als je haar niet hebt gezien. Dat geloof is geworteld in afgescheidenheid.
Wanneer men een foto maakt van een toeristische attractie, lijkt het alsof men een bewijs verzamelt van bestaan: ik was daar. Maar wie is dat ‘ik’? Het ego, dat zichzelf definieert aan de hand van verhalen, ervaringen en herinneringen, heeft bevestiging nodig. Zonder verhaal over "waar ik ben geweest" of "wie ik heb gezien", voelt het zichzelf niet echt. En dus verzamelt het beelden — foto's, handtekeningen, selfies met beroemdheden — in de hoop dat het tijdelijke tastbare objecten kan maken van iets wat nooit tastbaar was: het Zelf.
Bekende Nederlanders worden bewonderd omdat hun gezicht herkend wordt. Maar is herkenning gelijk aan waarde? In de realiteit van een hoger bewustzijn bestaat er geen hiërarchie in zijn. Alles wat bestaat — bekend of onbekend — is dezelfde Ene manifestatie. Wat we ‘bewondering’ noemen is vaak slechts het ego dat zichzelf projecteert op een ander: als ik diegene was, dan zou ik eindelijk genoeg zijn. Maar de paradox is dat je dat al bent.
De bekende Nederlander heeft geen meer wezenlijke waarde dan de dakloze op straat. Alleen onze geest, die waarde toekent op basis van zichtbaarheid, geld en faam, maakt het onderscheid. De essentie van beide is echter identiek: bewustzijn in menselijke vorm.
Wanneer we ontwaken uit de droom van afgescheidenheid, zien we dat de wereld geen verzameling is van losse objecten die ons moeten vullen of bevestigen. De wereld is ons, in andere vormen. De Eiffeltoren, de filmster, de selfie, het applaus — ze zijn schaduwen van een diepere waarheid: dat niets buiten onszelf ons kan maken wie we al zijn.
De ware pelgrimage is niet naar Parijs, Hollywood of Hilversum, maar naar binnen. Naar de stille plek waar geen toren je hoeft te imponeren, waar geen gezicht je hoeft te boeien, omdat je de boei zelf bent — het licht waarin alles verschijnt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten