HOOFDSTUK 156
De spiegel van het oordeel
Door Kees Schilder
IK BEN
In het dagelijks leven lijken klagen en negatieve commentaren haast vanzelfsprekend. We ergeren ons aan de ander, aan de wereld, aan de politiek, het weer, het verkeer, of het gedrag van onze naasten. Maar zelden staan we stil bij de diepere wortel van dit gedrag. Maar mijn punt is; klagen gaat niet zozeer over de ander, maar over onszelf. Wat als elk oordeel dat we vellen over de buitenwereld, een subtiele poging is om te vluchten van onze eigen binnenwereld?
Klagen is niet meer dan een projectie. Het is een externe uiting van een innerlijk conflict, een subtiele poging om verantwoordelijkheid buiten onszelf te plaatsen. Als we een ander bekritiseren, richten we onze aandacht naar buiten, weg van datgene wat binnen ons schreeuwt om gezien te worden. De tekortkomingen die we vrezen in onszelf, maskeren we door ze op anderen te projecteren. Kortom, we lopen weg voor onszelf.
Carl Jung, de Zwitserse psycholoog, zei het al: de delen van onszelf die wij niet onder ogen willen zien, projecteren wij onbewust op anderen. Als we klagen over iemand die dominant is, zouden we kunnen onderzoeken waar wij zelf moeite hebben met het innemen van ruimte. Als we een ander lui noemen, is het misschien omdat we onze eigen behoefte aan rust niet durven erkennen.
In wezen is klagen een vorm van innerlijke vermijding. We zeggen: “Jij bent het probleem,” in plaats van onszelf de vraag te stellen: “Wat triggert mij hierin? Wat wil ik niet voelen of erkennen?” Klagen is dan geen oplossing, maar probleemvermijding
De ware weg naar vrede en harmonie begint bij acceptatie – een diep spiritueel principe dat ons uitnodigt om het leven te omarmen zoals het is, inclusief onszelf. Wanneer we werkelijk leren accepteren wie we zijn, met al onze imperfecties, verliezen we de behoefte om anderen te veroordelen. Er is geen noodzaak meer om buiten onszelf een vijand te zoeken, want we zijn bevriend geraakt met onze innerlijke wereld.
Acceptatie betekent niet dat we alles goedkeuren of geen grenzen meer stellen. Het betekent wel dat we stoppen met vechten tegen de realiteit, tegen onszelf, en tegen de ander. Het is de overgang van weerstand naar overgave. En in die overgave ontdekken we iets groots: liefde. Niet de romantische, conditionele liefde, maar de stille, krachtige liefde die alles omvat – ook ons donker, onze onzekerheden, en onze oude wonden.
Als we ophouden met klagen en oordelen, ontstaat er ruimte. Ruimte om te luisteren. Ruimte om te voelen. En uiteindelijk: ruimte voor compassie. Want wanneer we onszelf werkelijk zien – inclusief onze angsten, ons verdriet, onze frustraties – dan herkennen we dezelfde menselijkheid in de ander. Het oordeel maakt plaats voor mededogen. We zien de ander niet langer als fout, maar als spiegel. En die spiegel toont ons waar we nog kunnen groeien in liefde en bewustzijn.
Onderzoek eens vooor jezelf of er mensen zijn in je omgeving of ergens anders waar je gevoelsmatig of om een persoonlijke reden, boos op bent.Of gewoon niet mag. Als dat zo is, kan DAT het signaal zijn dat je niet genoeg van jezelf houdt .Dat er iets in die ander is dat jou triggert om na te denken over de oorzaak van deze triggering.Meestal is dat gebrek aan eigenliefde (slecht zelfbeeld) Zodra je dat inziet en doorleeft, zie je ook in dat al die boosheid of niet mogen, gericht was op jezelf, juist omdat die ander jijzelf bent. Omdat je dan ook inziet alles ÉÉN is. Jij en die ander zijn een.
Klagen en negatieve commentaren zin dus geen fouten of zwakheden, maar signalen. Ze wijzen ons er dus op dat er iets binnenin ons nog om aandacht vraagt. Door deze signalen niet langer te projecteren, maar te omarmen, zetten we een krachtige stap op het spirituele pad. Een pad dat ons leidt naar innerlijke rust, echtheid, en diepe verbondenheid – met onszelf en met de wereld om ons heen. In de stilte die volgt wanneer het oordeel verstomt, horen we eindelijk de stem van ons ware Zelf. En die stem oordeelt niet. Die stem is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten