vrijdag 5 september 2025

IS BIDDEN NOG RELEVANT ALS ALLES ÉÉN IS..?

HOOFDSTUK 182

Door Kees schilder



Is bidden nog relevant als alles één is?

Wanneer men zich verdiept in de gedachte dat alles één is, doemt een fundamentele vraag op: wat betekent bidden in dat licht? Als het waar is dat er geen scheiding bestaat tussen onszelf, de natuur en het goddelijke, lijkt het op het eerste gezicht overbodig om tot God te bidden. Waarom zou een deel tot het geheel spreken, als het geheel reeds in dat deel aanwezig is? Toch blijkt het antwoord niet zo eenvoudig.


In de eenheidservaring wordt God niet langer buiten ons gedacht, maar als de grond van ons eigen bestaan. Vanuit dat perspectief is er geen ‘ander’ die wij moeten aanspreken, want wij zijn reeds ingebed in die ene werkelijkheid. Toch kent de menselijke ervaring lagen van bewustzijn. Vaak ervaren wij onszelf niet als één, maar als afgescheiden wezens die zoeken naar verbinding. Juist vanuit die ervaring ontstaat de behoefte om te bidden.

Bidden kan dus gezien worden als een brug: een weg om de kloof te overbruggen tussen hoe wij de werkelijkheid ervaren en hoe zij in wezen is. Wanneer men nog niet volledig verinnerlijkt heeft dat alles één is, biedt gebed een vorm, een taal, een ritueel om zich te richten op het hogere. Het is een uitnodiging tot openheid, ontvankelijkheid en herinnering aan datgene wat ons overstijgt.


Maar er is een wezenlijk verschil tussen mechanisch bidden en bidden vanuit het hart. Een gebed dat slechts woorden is, blijft steken in de sfeer van concepten en afgescheidenheid. Een gebed vanuit het hart echter, draagt de trilling van echtheid en overgave. Het opent ons innerlijk voor de ervaring van het Ene dat wij in wezen al zijn.

Wanneer wij vanuit het hart bidden, gebeurt er iets subtiels: de scheidslijn tussen bidder en datgene waartoe gebeden wordt, begint te vervagen. Het gebed verandert in een innerlijke resonantie, waarin het ‘ik’ en het ‘Gij’ in elkaar overlopen. Op dat moment is bidden geen verzoek meer, maar een herinnering, een thuiskomen.

Daarom kan men zeggen dat bidden twee gezichten heeft. Voor hen die het eenheidsprincipe nog niet doorvoelen, kan het dienen als hulpmiddel, een weg naar troost, steun en verbinding. Voor hen die zich reeds bewust zijn van de eenheid, kan het gebed transformeren tot een stille erkenning: niet een vraag om iets te ontvangen, maar een besef dat alles reeds gegeven is.

In beide gevallen heeft bidden zin, zolang het geworteld is in oprechtheid. Het is geen bewijs dat wij afgescheiden zijn, maar een uitdrukking van ons verlangen om die schijnbare scheiding te doorbreken.

Conclusie: Bidden tot God is niet overbodig, noch absoluut noodzakelijk. Het is een pad dat de mens helpt zichzelf te openen voor de ervaring van eenheid. En wanneer het werkelijk vanuit het hart komt, blijkt dat we nooit iets of iemand buiten onszelf hebben aangesproken, maar slechts het Ene in onszelf hebben herkend.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

HOOFDSTUK 249: IS ER COMMUNICATIE MOGELIJK TUSSEN DE ZIEL EN DE PERSOONLIJKHEID

HOOFDSTUK 249 IK BEN De vraag of communicatie tussen ziel en persoonlijkheid mogelijk is, raakt aan een oud en diep spiritueel spanningsveld...