zondag 4 januari 2026

HOOFDSTUK 226:DOORZICHTIGE WERKELIJKHEID VAN VERBEELDING

 

Hoofdstuk 226

Door Kees Schilder


In het vorige hoofdstuk (225) had ik het over fantasie en werkelijkheid. Ik wil dit gegeven hier wat uitdiepen: 

Fantasieën, verbeelding, dromen en gedachten zijn net zo echt , en net zo onecht , als de stoel waarop ik zit of de kleren die ik draag. Het verschil zit niet in hun bestaansrecht, maar in hun dichtheid. De stoel is massief, tastbaar, ogenschijnlijk vast. Een gedachte is ijl, beweeglijk, doorzichtig. Toch verschijnen ze beide in hetzelfde veld van ervaring. Beiden zijn.

Wat wij “de werkelijkheid” noemen, blijkt bij nader inzien een gelaagde werkelijkheid te zijn. Niet alles wat bestaat hoeft hard of zichtbaar te zijn om werkelijk te zijn. Geluid is onzichtbaar, liefde onmeetbaar, tijd ongrijpbaar – en toch twijfelen we zelden aan hun bestaan. Fantasieën en dromen behoren tot diezelfde categorie: ze zijn geen illusies, maar subtiele vormen van realiteit.

De vraag die zich dan aandient is niet of ze echt zijn, maar: waar komen ze vandaan?

Wanneer we aannemen dat alles wat is, altijd al heeft bestaan, dat het Zijn zelf tijdloos is, dan kan niets werkelijk “ontstaan”. Het kan slechts zichtbaar worden, of bewust. In dat licht zijn fantasieën en dromen geen creaties uit het niets, maar vormen van herinnering. Geen persoonlijke herinneringen uit dit leven, maar herinneringen van het bewustzijn zelf.

Wat wij ervaren als verbeelding, is mogelijk kennis die zich aandient zonder de zware vorm van materie. Kennis die nog niet is vastgezet in woorden, concepten of objecten. Ze verschijnt als beeld, gevoel, flard, symbool. Niet omdat ze vaag is, maar omdat ze te ruim is om meteen vast te pakken.

Dromen en fantasieën gaan dan niet over iets nieuws dat wij leren, maar over iets ouds dat wij ons weer herinneren. Zaken die wij allang kennen, maar niet op het niveau van het denkende ego. Ze leven in een dieper, stiller weten. In wat vaak het onbewuste wordt genoemd, maar misschien beter het voorbewuste genoemd kan worden: datgene wat altijd aanwezig is, wachtend op erkenning.

In die zin zijn fantasieën en dromen flarden van min of meer onbewuste kennis. Ze verschijnen fragmentarisch, omdat ons bewuste denken nog niet de ruimte heeft om het geheel te dragen. Zoals licht door een prisma uiteenvalt in kleuren, zo valt dat diepe weten uiteen in beelden, verhalen en symbolen wanneer het ons raakt.

Daarom voelen sommige dromen “echter dan echt”. Niet omdat ze letterlijk zijn gebeurd, maar omdat ze resoneren met een waarheid die dieper ligt dan feitelijkheid. Ze raken iets aan dat niet hoeft te bewijzen dat het bestaat ; het herkent zichzelf in ons.

Misschien is de grootste vergissing dat wij denken dat bewustzijn zich beperkt tot wat wij kunnen vastpakken. Alsof alleen het dichte telt, en het subtiele slechts bijzaak is. Maar het zou ook andersom kunnen zijn: dat de materiële wereld de meest vertraagde, verdichte vorm is van iets wat eerst droomde, dacht en zich verbeeldde.

In dat licht is de stoel waarop ik zit niet meer of minder werkelijk dan de gedachte die door mij heen beweegt. Beiden verschijnen. Beiden verdwijnen. En beiden wijzen terug naar hetzelfde mysterie: een werkelijkheid die zichzelf voortdurend ervaart, in vormen grof en fijn, zichtbaar en doorzichtig.

En misschien is het niet zo dat wij dromen hebben, maar dat het Zijn zichzelf even via ons herinnert.

Fantasieën en dromen maken de weg vrij voor een hoger bewustzijn. En deze uitbreiding van bewustzijn nemen wij mee naar het "oer-bewustzijn" waardoor dit oer-bewustzijn weer uitbreidt en groeit. En dat is de taak waar wij allemaal onderdeel van zijn..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

HOOFDSTUK 249: IS ER COMMUNICATIE MOGELIJK TUSSEN DE ZIEL EN DE PERSOONLIJKHEID

HOOFDSTUK 249 IK BEN De vraag of communicatie tussen ziel en persoonlijkheid mogelijk is, raakt aan een oud en diep spiritueel spanningsveld...