HOOFDSTUK 225
Door Kees Schilder
Er is slechts één werkelijkheid. Geen tweede, geen parallelle die er los van staat, geen fictieve ruimte die buiten het geheel valt. Alles wat bestaat, alles wat verschijnt, alles wat wordt ervaren, valt onvermijdelijk binnen die ene werkelijkheid. Het onderscheid dat mensen maken tussen “echt” en “niet echt” is geen eigenschap van de werkelijkheid zelf, maar een constructie van het menselijk bewustzijn zolang dit nog niet volledig ontwaakt is.
Wat mensen fantasie noemen, behoort net zo goed tot die ene werkelijkheid. Zodra iets het bewustzijn binnenstroomt, een beeld, een gedachte, een innerlijke scène, een droom , is het er al. Het heeft zich al gemanifesteerd, zij het niet in vaste materie maar in bewustzijn. En bewustzijn is geen bijzaak; het is het veld waarin alles verschijnt. In die zin is elke gedachte, elke verbeelding, elke fantasie een waarheid: niet noodzakelijk als tastbaar object, maar als reële ervaring binnen het geheel.
De onontwaakte mens zegt: “Ach, het is maar fantasie.” Met die uitspraak trekt hij een grens. Hij scheidt wat hij ziet met zijn innerlijk oog van wat hij ziet met zijn uiterlijke oog. Die scheiding lijkt vanzelfsprekend, maar zij is een gevolg van het ego — het mechanisme dat de werkelijkheid opdeelt om haar beheersbaar te maken. Wat niet vast te pakken is, wat niet door iedereen tegelijk wordt waargenomen, wordt gedegradeerd tot “niet echt”. Zo van; wat je niet " echt" kunt zien, bestaat niet.
Maar waarom zou een stoel echter zijn dan een gedachte? Waarom zouden kleren die je draagt meer bestaansrecht hebben dan een beeld dat in je opkomt? Beiden verschijnen in bewustzijn. Beiden zijn tijdelijk. Beiden zijn afhankelijk van waarneming. Het verschil zit niet in hun realiteit, maar in de manier waarop ze geïnterpreteerd worden.
Wie ontwaakt, ziet dit onderscheid langzaam oplossen. Niet omdat de wereld verdwijnt, maar omdat de blik verandert. Ontwaakte mensen kijken letterlijk met andere ogen, niet omdat hun ogen anders zijn, maar omdat hun identificatie verschoven is. Zij herkennen dat wat nog ongemanifesteerd is, zich aandient als licht, als energie, als potentie, en dat dit via de zintuigen en het brein wordt vertaald naar beelden, gevoelens en betekenissen. Ook wat “verbeelding” wordt genoemd, is een vorm van waarneming — een andere frequentie binnen dezelfde werkelijkheid.
Voor hen bestaat er geen harde grens meer tussen fantasie en werkelijkheid. Niet omdat alles willekeurig wordt, maar omdat alles wordt gezien als expressie van één veld. De innerlijke beelden zijn geen illusies, maar subtielere vormen van manifestatie. Ze zijn nog niet gestold tot materie, maar ze zijn al aanwezig als ervaring, als informatie, als beweging van bewustzijn.
Deze ontwaakte blik brengt een diepe verschuiving teweeg. Het leven wordt minder letterlijk en tegelijkertijd intenser. Symbolen spreken. Dromen worden boodschappen. Verbeelding wordt een poort in plaats van een ontsnapping. Niet om erin te verdwalen, maar om te herkennen dat de werkelijkheid rijker is dan wat het oog alleen kan registreren.
Uiteindelijk nodigt deze visie uit tot mildheid. Mildheid tegenover jezelf, wanneer gedachten opkomen die je niet kunt plaatsen. Mildheid tegenover anderen, die leven in een werkelijkheid die zij “fantasie” noemen omdat zij haar nog niet durven vertrouwen. En mildheid tegenover de werkelijkheid zelf, die zich in oneindig veel vormen toont , zichtbaar en onzichtbaar, gemanifesteerd en nog onderweg.
Er is één werkelijkheid. Alles wat verschijnt, behoort ertoe. En hoe meer we dat zien, hoe minder we hoeven te scheiden , en hoe vrijer onze blik wordt.
Tenslotte wens ik iedereen een super geweldig NU!
Liefs, Kees
Geen opmerkingen:
Een reactie posten