Hoofdstuk 224
Door Kees Schilder
Na het ontwaken valt er iets weg.
Niet de wereld, niet het leven,
maar het rumoer waarmee de geest zichzelf eeuwenlang heeft toegesproken.
Wat overblijft is ruimte.
Een open hemel waarin gedachten nog verschijnen,
maar hun gewicht hebben verloren.
Waar ooit zware wolken samenpakten tot storm,
drijven nu slechts lichte slierten voorbij.
Ze komen op, lossen op,
en laten geen spoor na.
De hemel zelf; het bewustzijn ,
blijft onaangeraakt, helder, onbewogen.
Voor de meeste mensen is denken een rivier
waarin zij onophoudelijk worden meegesleurd.
De stroom bepaalt richting, tempo en verhaal.
Maar hier is de oever teruggevonden.
Gedachten worden gezien,
niet meer geloofd.
Ze bezitten geen zwaartekracht meer,
geen recht op heerschappij.
In het dagelijks leven openbaart zich deze stilte
temidden van beweging.
Lopen door een bos,
wachten op een vliegveld,
rijden over een weg,
en toch: geen innerlijk commentaar,
geen voortdurende uitleg van het moment.
Alleen kleur, vorm, geluid, adem.
Het leven zoals het zich aandient,
zonder tussenkomst.
Wanneer een gedachte verschijnt,
is zij als een zachte tik op het oppervlak van het bewustzijn.
Een herinnering, een praktische aanwijzing,
een vluchtige notie,
en dan verdwijnt zij weer.
Geen drama, geen verhaal dat zichzelf voedt.
Geen strijd.
Soms probeert een gedachte opnieuw te hechten,
alsof zij herinnert aan een oud recht.
Op die momenten verdiept de aanwezigheid zich vanzelf.
De waakzaamheid wordt scherper,
het licht helderder.
Als een dimmer die omhoog wordt gedraaid,
tot de gedachte geen schaduw meer kan werpen.
In intense situaties wordt deze aanwezigheid vurig.
Niet hard, maar onverbiddelijk helder.
Een scherp zwaard van aandacht
dat het zaad van innerlijke onrust doorsnijdt
nog vóór het wortel kan schieten.
Zo wordt verdriet gezien zonder drama,
stress zonder verzet,
uitdaging zonder verlies van innerlijke rust.
Deze manier van zijn onthult een vergeten waarheid:
dat denken niet de kern van het mens-zijn is,
maar een tijdelijk verschijnsel.
Dat vrede geen resultaat is van controle,
maar van herkenning.
Gedachten zijn geen vijand ,
slechts wolken die voorbijtrekken
in een hemel die nooit verdwijnt.
Wie dit ziet, wordt uitgenodigd
niet om meer te begrijpen,
maar om minder vast te houden.
Om te rusten in dat wat al aanwezig is.
Daar, achter de woorden,
achter de verhalen,
blijft de stille hemel open ,
altijd vrij,
altijd hier.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten