Hoofdstuk 236
Door Kees Schilder
Ik ben
Er is een stilte die ouder is dan jouw naam.
Een ruimte die bestond vóór je eerste gedachte
en zal blijven wanneer je laatste woord is verstomd.
In die stilte ontwaakt iets.
Niet jij als persoon,
maar het bewustzijn dat zich herinnert
dat het nooit slechts een persoon is geweest.
Wij denken dat wij kleine levens leiden,
omgeven door een uitgestrekt universum van sterren en stof.
Maar wat als het omgekeerd is?
Wat als het universum zichzelf verzamelt
in jouw ogen,
in jouw hartslag,
in jouw vermogen om te vragen:
Wie ben ik?
Bewustzijnsontwaken is geen individuele prestatie.
Het is geen trofee voor de spirituele zoeker.
Het is de kosmos die zichzelf herkent
in een menselijke vorm.
Zoals een golf even opspringt uit de zee
en roept: “Ik!”
om vervolgens te ontdekken
dat zij altijd water is geweest,
zo ontdek jij
dat je geen afgescheiden fragment bent,
maar een beweging van het geheel.
Je bent het universum
dat zichzelf ervaart
als een mens met zorgen, verlangens en herinneringen.
Een tijdelijke vermomming.
Een goddelijke verkleedpartij.
En dit ontwaken
is geen privégebeurtenis in de beslotenheid van jouw ziel.
Het is evolutionair.
Kosmisch.
Een verschuiving die zich uitstrekt
van de diepte van atomen
tot de adem van sterrenstelsels.
Lang voordat jij kon spreken,
leerde materie zich organiseren tot leven.
Leven leerde voelen.
Voelen leerde denken.
En nu leert denken
zichzelf doorzien.
Het universum wordt wakker
door jou.
Elke keer dat jij een gedachte ziet
zonder erin te verdwijnen,
ontstaat er ruimte.
Elke keer dat je liefde kiest
waar angst zich aandient,
wordt het geheel lichter.
Je ontwaken is een kleine dageraad
in een uitgestrekte nacht ,
maar duizenden kleine dageraden
veranderen de wereld.
Wij hebben lang geleefd als economische wezens,
als tellers van bezit,
als producenten van waarde.
Maar onder de cijfers klopt een hart
dat niet in geld kan worden uitgedrukt.
Wanneer je jezelf herkent
als manifestatie van universeel ontwaken,
verschuift je verhouding tot alles.
De aarde wordt geen grondstof meer,
maar lichaam.
De ander wordt geen concurrent meer,
maar spiegel.
De toekomst wordt geen bedreiging meer,
maar een open veld van bewustzijn
dat zich verder wil ontvouwen.
Ontwaken betekent niet
dat pijn verdwijnt
of dat het leven zacht wordt.
Het betekent dat je midden in de storm
herkent
dat jij de lucht bent
waarin de storm verschijnt.
Je blijft mens ,
met kwetsbaarheid,
met vragen,
met momenten van vergeten.
Maar onder dat alles
brandt een rustig weten:
Ik ben niet los.
Ik ben niet klein.
Ik ben een plaats waar het oneindige
zichzelf aanraakt.
En zo wordt elke ademhaling
een kosmische gebeurtenis.
Elke ontmoeting
een heilige uitwisseling.
Elke keuze
een bijdrage aan het ontwakende geheel.
Het universum wacht niet ergens ver weg
op een nieuw tijdperk.
Het opent zijn ogen
hier,
nu,
achter de jouwe.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten